BWBR0012673
Geldig vanaf 30-06-2001
Artikel 4
Reglement erkenningen fokkerijorganisaties paardachtigen 2001
1. Een aanvraag om erkenning door een vereniging of organisatie wordt ingediend bij de Commissie met gebruikmaking van daartoe door de Commissie vastgestelde modelformulieren, die volledig en naar waarheid dienen te worden ingevuld. De aanvraag dient vergezeld te gaan van de op de modelformulieren verlangde gegevens.
2. De Commissie informeert de vereniging of de organisatie schriftelijk omtrent de datum van binnenkomst van de aanvraag.
3. Indien de vereniging of organisatie bij de aanvraag onvoldoende gegevens beschikbaar stelt, wordt door de Commissie hiervan onverwijld schriftelijk mededeling gedaan aan de vereniging of organisatie.
4. De vereniging of organisatie wordt binnen een door de Commissie te stellen termijn van maximaal 8 weken in de gelegenheid gesteld om de ontbrekende gegevens beschikbaar te stellen.
5. De Commissie informeert de vereniging of de organisatie schriftelijk omtrent de datum van binnenkomst van de op grond van lid 4 verlangde gegevens.
6. Indien aan het verlangen van lid 4 niet dan wel niet volledig binnen de door de Commissie gestelde termijn wordt voldaan, verklaart de Voorzitter op advies van de Commissie de vereniging of organisatie binnen maximaal 8 weken na het verstrijken van de termijn niet ontvankelijk in haar aanvraag.
7. De Commissie brengt binnen maximaal 16 weken na ontvangst van de aanvraag, die vergezeld gaat van de verlangde gegevens, haar advies uit aan de Voorzitter, waarna binnen maximaal 1 maand een besluit wordt genomen door de Voorzitter inzake de aanvraag.
8. De Commissie is bevoegd indien noodzakelijk de termijn van 16 weken terzake van het uitbrengen van het advies aan de Voorzitter met maximaal 8 weken te verlengen. Indien de Commissie van deze mogelijkheid gebruik maakt, deelt de Commissie dit onverwijld schriftelijk mede aan de vereniging of de organisatie die de aanvraag heeft ingediend.
9. Van het besluit van de Voorzitter op de aanvraag wordt de vereniging of de organisatie onverwijld schriftelijk mededeling gedaan.
2. De Commissie informeert de vereniging of de organisatie schriftelijk omtrent de datum van binnenkomst van de aanvraag.
3. Indien de vereniging of organisatie bij de aanvraag onvoldoende gegevens beschikbaar stelt, wordt door de Commissie hiervan onverwijld schriftelijk mededeling gedaan aan de vereniging of organisatie.
4. De vereniging of organisatie wordt binnen een door de Commissie te stellen termijn van maximaal 8 weken in de gelegenheid gesteld om de ontbrekende gegevens beschikbaar te stellen.
5. De Commissie informeert de vereniging of de organisatie schriftelijk omtrent de datum van binnenkomst van de op grond van lid 4 verlangde gegevens.
6. Indien aan het verlangen van lid 4 niet dan wel niet volledig binnen de door de Commissie gestelde termijn wordt voldaan, verklaart de Voorzitter op advies van de Commissie de vereniging of organisatie binnen maximaal 8 weken na het verstrijken van de termijn niet ontvankelijk in haar aanvraag.
7. De Commissie brengt binnen maximaal 16 weken na ontvangst van de aanvraag, die vergezeld gaat van de verlangde gegevens, haar advies uit aan de Voorzitter, waarna binnen maximaal 1 maand een besluit wordt genomen door de Voorzitter inzake de aanvraag.
8. De Commissie is bevoegd indien noodzakelijk de termijn van 16 weken terzake van het uitbrengen van het advies aan de Voorzitter met maximaal 8 weken te verlengen. Indien de Commissie van deze mogelijkheid gebruik maakt, deelt de Commissie dit onverwijld schriftelijk mede aan de vereniging of de organisatie die de aanvraag heeft ingediend.
9. Van het besluit van de Voorzitter op de aanvraag wordt de vereniging of de organisatie onverwijld schriftelijk mededeling gedaan.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012673
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl