BWBR0012676
Geldig vanaf 30-06-2001
Artikel 2
Reglement erkenningen fokkerijorganisaties varkenshouderij 2001
1. Een aanvraag om erkenning als een instelling die één of meer stamboeken of registers voor raszuivere respectievelijk hybride fokvarkens instelt of bijhoudt wordt door een organisatie ingediend op een volledig en naar waarheid ingevuld en ondertekend formulier, dat overeenkomt met het door de Commissie Varkenshouderij daartoe vastgestelde model.
2. De aanvraag gaat vergezeld van de navolgende bescheiden:
a. de statuten van de organisatie;
b. de voorschriften, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, indien de aanvraag betrekking heeft op erkenning als instelling die één of meer stamboeken instelt of bijhoudt, of artikel 4, eerste lid, onderdeel c, indien de aanvraag betrekking heeft op erkenning als instelling die één of meer registers stelt of bijhoudt;
c. een beschrijving van de uitvoering van de afstammingscontrole;
d. een overzicht van het aantal varkens waarover de organisatie beschikt om een programma voor rasverbetering en rasveredeling en kruisingsprogramma’s te kunnen uitvoeren of om de instandhouding van het ras te kunnen garanderen;
e. een beschrijving van de wijze van gebruikmaking van de voor de uitvoering van het programma voor rasverbetering, rasveredeling of voor de instandhouding van het ras benodigde gegevens;
f. modellen van certificaten die worden afgegeven van de ingeschreven varkens en hun sperma, eicellen en embryo’s;
g. een beschrijving van de wijze waarop het prestatieonderzoek en de beoordeling van de genetische waarden geschiedt.
3. Indien de vraag niet overeenkomstig het eerste lid is ingediend, of niet vergezeld gaat van de in het tweede lid genoemde bescheiden, wordt hiervan door de Commissie Varkenshouderij onverwijld schriftelijk mededeling gedaan aan de organisatie, waarbij de organisatie binnen een door de Commissie Varkenshouderij te stellen termijn van maximaal 8 weken in de gelegenheid gesteld wordt de aanvraag aan te vullen.
4. De Commissie Varkenshouderij brengt binnen maximaal 16 weken na ontvangst van de aanvraag haar advies uit aan de Voorzitter.
5. De Commissie Varkenshouderij kan de termijn van 16 weken, bedoeld in het vierde lid, met maximaal 8 weken verlengen. De Commissie Varkenshouderij doet hiervan onverwijld schriftelijke mededeling aan de organisatie en aan de Voorzitter.
2. De aanvraag gaat vergezeld van de navolgende bescheiden:
a. de statuten van de organisatie;
b. de voorschriften, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, indien de aanvraag betrekking heeft op erkenning als instelling die één of meer stamboeken instelt of bijhoudt, of artikel 4, eerste lid, onderdeel c, indien de aanvraag betrekking heeft op erkenning als instelling die één of meer registers stelt of bijhoudt;
c. een beschrijving van de uitvoering van de afstammingscontrole;
d. een overzicht van het aantal varkens waarover de organisatie beschikt om een programma voor rasverbetering en rasveredeling en kruisingsprogramma’s te kunnen uitvoeren of om de instandhouding van het ras te kunnen garanderen;
e. een beschrijving van de wijze van gebruikmaking van de voor de uitvoering van het programma voor rasverbetering, rasveredeling of voor de instandhouding van het ras benodigde gegevens;
f. modellen van certificaten die worden afgegeven van de ingeschreven varkens en hun sperma, eicellen en embryo’s;
g. een beschrijving van de wijze waarop het prestatieonderzoek en de beoordeling van de genetische waarden geschiedt.
3. Indien de vraag niet overeenkomstig het eerste lid is ingediend, of niet vergezeld gaat van de in het tweede lid genoemde bescheiden, wordt hiervan door de Commissie Varkenshouderij onverwijld schriftelijk mededeling gedaan aan de organisatie, waarbij de organisatie binnen een door de Commissie Varkenshouderij te stellen termijn van maximaal 8 weken in de gelegenheid gesteld wordt de aanvraag aan te vullen.
4. De Commissie Varkenshouderij brengt binnen maximaal 16 weken na ontvangst van de aanvraag haar advies uit aan de Voorzitter.
5. De Commissie Varkenshouderij kan de termijn van 16 weken, bedoeld in het vierde lid, met maximaal 8 weken verlengen. De Commissie Varkenshouderij doet hiervan onverwijld schriftelijke mededeling aan de organisatie en aan de Voorzitter.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012676
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl