BWBR0012676
Geldig vanaf 30-06-2001
Artikel 4
Reglement erkenningen fokkerijorganisaties varkenshouderij 2001
1. Op een aanvraag om erkenning als een instelling die één of meer registers voor hybride fokvarkens bijhoudt of instelt, wordt positief geadviseerd, indien de betrokken organisatie:
a. rechtspersoonlijkheid bezit overeenkomstig de Nederlandse wetgeving;
b. over statuten beschikt waarin in voorkomend geval wordt bepaald dat tussen de aangeslotenen niet mag worden gediscrimineerd;
c. voorschriften heeft inzake: 1) het systeem voor de identificatie van de varkens;
2) het systeem voor de registratie van de afstammingen;
3) de doelstellingen op fokgebied;
4) het systeem voor de benutting van zoötechnische gegevens;
1) het systeem voor de identificatie van de varkens;
2) het systeem voor de registratie van de afstammingen;
3) de doelstellingen op fokgebied;
4) het systeem voor de benutting van zoötechnische gegevens;
d. aantoont dat zij: 1) doeltreffend functioneert;
2) in staat is om de voor het bijhouden van de afstamming vereiste controles uit te voeren;
3) voldoende varkens omvat om een programma voor lijnverbetering, lijnveredeling of voor de instandhouding van een lijn of een kruisingsprogramma te kunnen uitvoeren;
4) in staat is om gebruik te maken van de voor de uitvoering van het programma voor lijnverbetering, lijnveredeling of voor de instandhouding van een lijn of een kruisingsprogramma benodigde gegevens over de zoötechnische prestaties;
1) doeltreffend functioneert;
2) in staat is om de voor het bijhouden van de afstamming vereiste controles uit te voeren;
3) voldoende varkens omvat om een programma voor lijnverbetering, lijnveredeling of voor de instandhouding van een lijn of een kruisingsprogramma te kunnen uitvoeren;
4) in staat is om gebruik te maken van de voor de uitvoering van het programma voor lijnverbetering, lijnveredeling of voor de instandhouding van een lijn of een kruisingsprogramma benodigde gegevens over de zoötechnische prestaties;
e. waarborgt dat: 1) de inschrijving van de varkens in het register geschiedt overeenkomstig de beschikking nr. 89/505/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 juli 1989 tot vaststelling van de criteria voor de inschrijving van hybride fokvarkens in de registers (PbEG L 247) en overeenkomstig artikel 2 van de richtlijn 90/119/EEG;
2) de certificaten die worden afgegeven van de ingeschreven varkens en hun sperma, eicellen en embryo’s de overeenkomstig de beschikking nr. 89/506/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 juli 1989 tot vaststelling van het certificaat voor hybride fokvarkens en voor sperma, eicellen en embryo’s daarvan (PbEG L 247) voorgeschreven gegevens bevatten:
3) het prestatieonderzoek en de beoordeling van genetische waarden geschiedt overeenkomstig de beschikking nr. 89/507/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 juli 1989 tot vaststelling van methoden inzake prestatieonderzoek en bepaling van de fokwaarde van raszuivere en hybride fokvarkens (PbEG L 247).
1) de inschrijving van de varkens in het register geschiedt overeenkomstig de beschikking nr. 89/505/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 juli 1989 tot vaststelling van de criteria voor de inschrijving van hybride fokvarkens in de registers (PbEG L 247) en overeenkomstig artikel 2 van de richtlijn 90/119/EEG;
2) de certificaten die worden afgegeven van de ingeschreven varkens en hun sperma, eicellen en embryo’s de overeenkomstig de beschikking nr. 89/506/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 juli 1989 tot vaststelling van het certificaat voor hybride fokvarkens en voor sperma, eicellen en embryo’s daarvan (PbEG L 247) voorgeschreven gegevens bevatten:
3) het prestatieonderzoek en de beoordeling van genetische waarden geschiedt overeenkomstig de beschikking nr. 89/507/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 juli 1989 tot vaststelling van methoden inzake prestatieonderzoek en bepaling van de fokwaarde van raszuivere en hybride fokvarkens (PbEG L 247).
2. Aan het eerste lid, onderdeel d, onder 3), wordt voldaan indien van een minimum actieve fokpopulatie aan varkens wordt uitgegaan van tenminste 8 mannelijke en 100 vrouwelijke dieren per lijn.
3. Aan het eerste lid, onderdeel e, onder 2), wordt voldaan indien de desbetreffende certificaten:
a. overeenkomen met het model van één der bijlagen bij beschikking nr. 89/506/EEG; of
b. voorzien zijn van de overeenkomstig artikel 6 namens de Voorzitter afgegeven verklaring.
a. rechtspersoonlijkheid bezit overeenkomstig de Nederlandse wetgeving;
b. over statuten beschikt waarin in voorkomend geval wordt bepaald dat tussen de aangeslotenen niet mag worden gediscrimineerd;
c. voorschriften heeft inzake: 1) het systeem voor de identificatie van de varkens;
2) het systeem voor de registratie van de afstammingen;
3) de doelstellingen op fokgebied;
4) het systeem voor de benutting van zoötechnische gegevens;
1) het systeem voor de identificatie van de varkens;
2) het systeem voor de registratie van de afstammingen;
3) de doelstellingen op fokgebied;
4) het systeem voor de benutting van zoötechnische gegevens;
d. aantoont dat zij: 1) doeltreffend functioneert;
2) in staat is om de voor het bijhouden van de afstamming vereiste controles uit te voeren;
3) voldoende varkens omvat om een programma voor lijnverbetering, lijnveredeling of voor de instandhouding van een lijn of een kruisingsprogramma te kunnen uitvoeren;
4) in staat is om gebruik te maken van de voor de uitvoering van het programma voor lijnverbetering, lijnveredeling of voor de instandhouding van een lijn of een kruisingsprogramma benodigde gegevens over de zoötechnische prestaties;
1) doeltreffend functioneert;
2) in staat is om de voor het bijhouden van de afstamming vereiste controles uit te voeren;
3) voldoende varkens omvat om een programma voor lijnverbetering, lijnveredeling of voor de instandhouding van een lijn of een kruisingsprogramma te kunnen uitvoeren;
4) in staat is om gebruik te maken van de voor de uitvoering van het programma voor lijnverbetering, lijnveredeling of voor de instandhouding van een lijn of een kruisingsprogramma benodigde gegevens over de zoötechnische prestaties;
e. waarborgt dat: 1) de inschrijving van de varkens in het register geschiedt overeenkomstig de beschikking nr. 89/505/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 juli 1989 tot vaststelling van de criteria voor de inschrijving van hybride fokvarkens in de registers (PbEG L 247) en overeenkomstig artikel 2 van de richtlijn 90/119/EEG;
2) de certificaten die worden afgegeven van de ingeschreven varkens en hun sperma, eicellen en embryo’s de overeenkomstig de beschikking nr. 89/506/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 juli 1989 tot vaststelling van het certificaat voor hybride fokvarkens en voor sperma, eicellen en embryo’s daarvan (PbEG L 247) voorgeschreven gegevens bevatten:
3) het prestatieonderzoek en de beoordeling van genetische waarden geschiedt overeenkomstig de beschikking nr. 89/507/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 juli 1989 tot vaststelling van methoden inzake prestatieonderzoek en bepaling van de fokwaarde van raszuivere en hybride fokvarkens (PbEG L 247).
1) de inschrijving van de varkens in het register geschiedt overeenkomstig de beschikking nr. 89/505/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 juli 1989 tot vaststelling van de criteria voor de inschrijving van hybride fokvarkens in de registers (PbEG L 247) en overeenkomstig artikel 2 van de richtlijn 90/119/EEG;
2) de certificaten die worden afgegeven van de ingeschreven varkens en hun sperma, eicellen en embryo’s de overeenkomstig de beschikking nr. 89/506/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 juli 1989 tot vaststelling van het certificaat voor hybride fokvarkens en voor sperma, eicellen en embryo’s daarvan (PbEG L 247) voorgeschreven gegevens bevatten:
3) het prestatieonderzoek en de beoordeling van genetische waarden geschiedt overeenkomstig de beschikking nr. 89/507/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 juli 1989 tot vaststelling van methoden inzake prestatieonderzoek en bepaling van de fokwaarde van raszuivere en hybride fokvarkens (PbEG L 247).
2. Aan het eerste lid, onderdeel d, onder 3), wordt voldaan indien van een minimum actieve fokpopulatie aan varkens wordt uitgegaan van tenminste 8 mannelijke en 100 vrouwelijke dieren per lijn.
3. Aan het eerste lid, onderdeel e, onder 2), wordt voldaan indien de desbetreffende certificaten:
a. overeenkomen met het model van één der bijlagen bij beschikking nr. 89/506/EEG; of
b. voorzien zijn van de overeenkomstig artikel 6 namens de Voorzitter afgegeven verklaring.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012676
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl