BWBR0013008 Geldig vanaf 2001-12-01

Artikel 4:2c WAZO

Wet arbeid en zorg — artikel 4:2c

Citeren als
Art. 4:2c WAZO
Geldig vanaf
Status
Geldend recht
Identificatie
BWBR0013008
Officiële bron
wetten.overheid.nl

Wat betekent dit?

Dit artikel uitgelegd in eenvoudige taal

Uitleg Artikel 4:2c Wet arbeid en zorg (aanvragen geboorteverlof en uitkering)

Dit artikel gaat over hoe je als werknemer een uitkering voor geboorteverlof aanvraagt. Je doet dit via je werkgever en met een speciaal formulier van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Je moet dit formulier eenmalig indienen, en wel tussen 4 weken voor het begin van je verlof en 4 weken na het einde van je verlof. Bijvoorbeeld: als je verlof loopt van 1 mei tot 15 mei, kun je het formulier indienen tussen 6 april en 15 juni.

Er zijn twee situaties:

  1. Aanvullend geboorteverlof (voor de eerste 9 weken na de geboorte). Hiervoor vraag je de uitkering aan via je werkgever.
  2. Gedeeltelijk geboorteverlof (als je na het eerste verlof nog meer dagen wilt opnemen). Hierbij moet je ook je arbeidscontract of aanstelling meesturen naar het UWV.

De uitkering krijg je alleen voor de dagen dat je daadwerkelijk verlof hebt opgenomen in het jaar voordat je de aanvraag doet. Stel, je vraagt in juni 2024 aan voor verlof in mei 2024: dan krijg je de uitkering. Maar als je verlof in mei 2023 was, krijg je niets, want dat ligt niet in het jaar vóór je aanvraag.

Het UWV mag alleen de nodige controles doen om te checken of je recht hebt op de uitkering. Ze mogen bijvoorbeeld vragen om bewijs dat je verlof hebt opgenomen. Verder verwijst het artikel naar andere regels (zoals over boetes of terugvordering), maar die zijn voor jou minder relevant.

Deze uitleg is vereenvoudigd en geen juridisch advies. Raadpleeg altijd de originele wettekst hierboven.