BWBR0013310
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 14
Stageverordening 2005
1. Aan de Beroepsopleiding is een examen verbonden dat bestaat uit een aantal gedurende de cursuscyclus per onderdeel af te nemen toetsen. De stagiaire is verplicht aan alle toetsen deel te nemen.
2. Een stagiaire kan één keer in alle onderdelen van het examen een toets afleggen, met de mogelijkheid van twee herkansingen per onderdeel.
3. De stagiaire is verplicht deel te nemen aan de toetsmogelijkheid voor een bepaald onderdeel direct volgend op het gevolgde onderwijs voor dat onderdeel van de Beroepsopleiding in de eerste cursuscyclus. Indien vrijstelling van onderwijs is verleend, dient te worden uitgegaan van de in de voorgaande volzin bedoelde examenmogelijkheid, alsof geen vrijstelling zou zijn verleend.
4. Indien een toets in één of meer onderdelen van het examen niet is behaald, is de stagiaire verplicht deel te nemen aan de direct daaropvolgende herkansingsmogelijkheid voor het desbetreffende onderdeel. Het bepaalde in de voorgaande volzin betreft alleen de eerste herkansingsmogelijkheid.
5. De stagiaire wordt tot het examen respectievelijk de onderscheiden onderdelen daarvan toegelaten indien hij aan zijn verplichtingen als genoemd in artikel 13, eerste lid, naar behoren heeft voldaan. Deze verplichting rust niet op de stagiaire voor zover hij van het volgen van het onderwijs van de Beroepsopleiding is vrijgesteld ingevolge artikel 15, eerste lid.
6. Indien niet wordt voldaan aan de verplichting, als bedoeld in het derde en vierde lid, zal dit worden beschouwd als het niet behaald hebben van dat onderdeel van het examen.
7. De Algemene Raad stelt een examenreglement vast waarin nadere regels zijn gesteld omtrent de inrichting en de organisatie van het examen, de tijdstippen waarop daaraan kan worden deelgenomen, de wijze waarop het examen wordt afgenomen en de samenstelling en taken van een Examencommissie.
8. De stagiaire die het examen met gunstig gevolg heeft afgelegd, ontvangt van de Examencommissie het bewijs als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet.
9. De stagiaire die is geschrapt op grond van artikel 8, derde lid, van de wet, kan de Algemene Raad verzoeken om binnen twee jaar na de schrapping nog maximaal twee keer een toets in de nog niet behaalde onderdelen van het examen te mogen afleggen. Met betrekking tot het bepaalde in de voorgaande volzin dient het maximum aantal keren dat een toets afgelegd kan worden, zoals bepaald in het tweede lid, in acht te worden genomen.
10. Het verzoek, als bedoeld in het voorgaande lid, wordt slechts ingewilligd indien:
a. het onderwijs in het onderdeel van de Beroepsopleiding waarop het verzoek ziet, is gevolgd danwel indien daarvoor een vrijstelling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, is verleend en
b. de afwijzing daarvan naar het oordeel van de Algemene Raad zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
11. De Algemene Raad kan in gevallen waarin naar zijn oordeel de toepassing van het derde, vierde of zesde lid tot een onbillijkheid van overwegende aard zal leiden, besluiten af te wijken van het gestelde in het zesde lid.
2. Een stagiaire kan één keer in alle onderdelen van het examen een toets afleggen, met de mogelijkheid van twee herkansingen per onderdeel.
3. De stagiaire is verplicht deel te nemen aan de toetsmogelijkheid voor een bepaald onderdeel direct volgend op het gevolgde onderwijs voor dat onderdeel van de Beroepsopleiding in de eerste cursuscyclus. Indien vrijstelling van onderwijs is verleend, dient te worden uitgegaan van de in de voorgaande volzin bedoelde examenmogelijkheid, alsof geen vrijstelling zou zijn verleend.
4. Indien een toets in één of meer onderdelen van het examen niet is behaald, is de stagiaire verplicht deel te nemen aan de direct daaropvolgende herkansingsmogelijkheid voor het desbetreffende onderdeel. Het bepaalde in de voorgaande volzin betreft alleen de eerste herkansingsmogelijkheid.
5. De stagiaire wordt tot het examen respectievelijk de onderscheiden onderdelen daarvan toegelaten indien hij aan zijn verplichtingen als genoemd in artikel 13, eerste lid, naar behoren heeft voldaan. Deze verplichting rust niet op de stagiaire voor zover hij van het volgen van het onderwijs van de Beroepsopleiding is vrijgesteld ingevolge artikel 15, eerste lid.
6. Indien niet wordt voldaan aan de verplichting, als bedoeld in het derde en vierde lid, zal dit worden beschouwd als het niet behaald hebben van dat onderdeel van het examen.
7. De Algemene Raad stelt een examenreglement vast waarin nadere regels zijn gesteld omtrent de inrichting en de organisatie van het examen, de tijdstippen waarop daaraan kan worden deelgenomen, de wijze waarop het examen wordt afgenomen en de samenstelling en taken van een Examencommissie.
8. De stagiaire die het examen met gunstig gevolg heeft afgelegd, ontvangt van de Examencommissie het bewijs als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet.
9. De stagiaire die is geschrapt op grond van artikel 8, derde lid, van de wet, kan de Algemene Raad verzoeken om binnen twee jaar na de schrapping nog maximaal twee keer een toets in de nog niet behaalde onderdelen van het examen te mogen afleggen. Met betrekking tot het bepaalde in de voorgaande volzin dient het maximum aantal keren dat een toets afgelegd kan worden, zoals bepaald in het tweede lid, in acht te worden genomen.
10. Het verzoek, als bedoeld in het voorgaande lid, wordt slechts ingewilligd indien:
a. het onderwijs in het onderdeel van de Beroepsopleiding waarop het verzoek ziet, is gevolgd danwel indien daarvoor een vrijstelling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, is verleend en
b. de afwijzing daarvan naar het oordeel van de Algemene Raad zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
11. De Algemene Raad kan in gevallen waarin naar zijn oordeel de toepassing van het derde, vierde of zesde lid tot een onbillijkheid van overwegende aard zal leiden, besluiten af te wijken van het gestelde in het zesde lid.
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013310
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl