BWBR0013319
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 16
Verordening op de Raad voor Geschillen
1. De Kamer kan op verzoek van één der partijen, in elke stand van het geding voorlopig die beslissing nemen of die maatregel treffen ten aanzien van zaken in het geschil, die haar nodig of nuttig voorkomt.
2. De beslissing of maatregel prejudicieert op geen enkele wijze het uiteindelijke oordeel van de Kamer ten aanzien van de zaak zelf.
3. Het verzoek doet geen afbreuk aan het recht van een partij de rechter te verzoeken om een maatregel ter bewaring van recht dan wel zich te wenden tot de president van de rechtbank in kort geding.
2. De beslissing of maatregel prejudicieert op geen enkele wijze het uiteindelijke oordeel van de Kamer ten aanzien van de zaak zelf.
3. Het verzoek doet geen afbreuk aan het recht van een partij de rechter te verzoeken om een maatregel ter bewaring van recht dan wel zich te wenden tot de president van de rechtbank in kort geding.
- Citeren als
- Art. 16
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013319
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl