BWBR0013361
Geldig vanaf 01-02-2002
Artikel 19
Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen
1. Eenieder die aan boord van een schip een functie verricht, waarvoor krachtens dit besluit eisen zijn gesteld, is in het bezit van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs voor die functie.
2. De vaarbevoegdheden die op de in het eerste lid bedoelde vaarbevoegdheidsbewijzen kunnen worden aangetekend, zijn:
a. kapitein eerste stuurman wachtstuurman kapitein schepen minder dan 3000 GT eerste stuurman schepen minder dan 3000 GT
b. hoofdwerktuigkundige tweede werktuigkundige wachtwerktuigkundige hoofdwerktuigkundige schepen minder dan 3000 kW tweede werktuigkundige schepen minder dan 3000 kW
c. eerste maritiem officier eerste maritiem officier kleine schepen maritiem officier maritiem officier kleine schepen
d. radio-operator
e. gezel.
2. De vaarbevoegdheden die op de in het eerste lid bedoelde vaarbevoegdheidsbewijzen kunnen worden aangetekend, zijn:
a. kapitein eerste stuurman wachtstuurman kapitein schepen minder dan 3000 GT eerste stuurman schepen minder dan 3000 GT
b. hoofdwerktuigkundige tweede werktuigkundige wachtwerktuigkundige hoofdwerktuigkundige schepen minder dan 3000 kW tweede werktuigkundige schepen minder dan 3000 kW
c. eerste maritiem officier eerste maritiem officier kleine schepen maritiem officier maritiem officier kleine schepen
d. radio-operator
e. gezel.
- Citeren als
- Art. 19
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013361
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl