BWBR0013361
Geldig vanaf 01-02-2002
Artikel 6
Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen
1. Indien de feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven, verzoekt de kapitein de scheepsbeheerder hem vóór een bepaald tijdstip de benodigde aanvullende middelen te verschaffen. Een mondeling verzoek wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd.
2. Indien de scheepsbeheerder niet tijdig of geen gevolg geeft aan het verzoek stelt de kapitein het hoofd van de Scheepvaartinspectie daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis.
3. De kapitein houdt aantekening in het scheepsdagboek van de feiten en omstandigheden, alsmede van het tijdstip van het mondeling verzoek.
2. Indien de scheepsbeheerder niet tijdig of geen gevolg geeft aan het verzoek stelt de kapitein het hoofd van de Scheepvaartinspectie daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis.
3. De kapitein houdt aantekening in het scheepsdagboek van de feiten en omstandigheden, alsmede van het tijdstip van het mondeling verzoek.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013361
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl