BWBR0013430
Geldig vanaf 2002-04-01
Artikel 5
Besluit glastuinbouw
1. Degene die een glastuinbouwbedrijf type B drijft, draagt er zorg voor dat de voor het betrokken glastuinbouwbedrijf geldende artikelen en voorschriften worden nageleefd.
2. Indien een voorschrift dat is opgenomen in bijlage 2, hoofdstukken 1 tot en met 3, inhoudt dat daarbij aangegeven middelen ter bescherming van het milieu moeten worden toegepast, meldt degene die de inrichting drijft en die voornemens is andere middelen toe te passen, dit voornemen ten minste vier weken voordat hij die andere middelen wil toepassen aan het inrichting-bevoegd gezag, onder overlegging van de in artikel 7, achtste lid, bedoelde gegevens. Het inrichting-bevoegd gezag beslist over de juistheid van een gekozen middel.
3. Indien een voorschrift dat is opgenomen in bijlage 3, inhoudt dat daarbij aangegeven middelen ter bescherming van een oppervlaktewaterlichaam of ter bescherming van de doelmatige werking van de betrokken zuiveringstechnische werken moeten worden toegepast, meldt degene die loost type II en die voornemens is andere middelen toe te passen, dit voornemen ten minste vier weken voordat hij die andere middelen wil toepassen aan het Wtw-bevoegd gezag, onder overlegging van de in artikel 8, zesde lid, bedoelde gegevens. Het Wtw-bevoegd gezag beslist over de juistheid van een gekozen middel.
2. Indien een voorschrift dat is opgenomen in bijlage 2, hoofdstukken 1 tot en met 3, inhoudt dat daarbij aangegeven middelen ter bescherming van het milieu moeten worden toegepast, meldt degene die de inrichting drijft en die voornemens is andere middelen toe te passen, dit voornemen ten minste vier weken voordat hij die andere middelen wil toepassen aan het inrichting-bevoegd gezag, onder overlegging van de in artikel 7, achtste lid, bedoelde gegevens. Het inrichting-bevoegd gezag beslist over de juistheid van een gekozen middel.
3. Indien een voorschrift dat is opgenomen in bijlage 3, inhoudt dat daarbij aangegeven middelen ter bescherming van een oppervlaktewaterlichaam of ter bescherming van de doelmatige werking van de betrokken zuiveringstechnische werken moeten worden toegepast, meldt degene die loost type II en die voornemens is andere middelen toe te passen, dit voornemen ten minste vier weken voordat hij die andere middelen wil toepassen aan het Wtw-bevoegd gezag, onder overlegging van de in artikel 8, zesde lid, bedoelde gegevens. Het Wtw-bevoegd gezag beslist over de juistheid van een gekozen middel.