BWBR0013430
Geldig vanaf 2002-04-01
Artikel 8
Besluit glastuinbouw
1. Degene die voornemens is vanuit een glastuinbouwbedrijf type B te lozen type II, meldt dit ten minste acht weken voordat met dat lozen wordt aangevangen aan het Wtw-bevoegd gezag.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het veranderen van het lozen, bedoeld in het eerste lid.
3. Bij een melding wordt vermeld:
a. de naam en het adres van degene die loost;
b. de aard en omvang van de glastuinbouwactiviteiten;
c. de indeling en de uitvoering van de gebouwen waar vanuit het lozen plaatsvindt;
d. de plaats van in de gebouwen aanwezige lozingspunten;
e. het volume en de samenstelling van het te lozen afvalwater;
f. een opgave van de afstand tussen de plaats waar het afvalwater ontstaat en de dichtstbijzijnde voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, bedoeld in artikel 10.30, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
g. een opgave van het aantal inwonerequivalenten van huishoudelijk afvalwater, dat wordt geloosd;
h. een opgave van de voorzieningen, bedoeld in de voorschriften 4, eerste en zesde lid, 5, tweede lid, 6, tweede lid, 7, derde lid, 8, derde lid, 9, tweede en vierde lid , 10, tweede lid, 11, tweede en vierde lid, 12, tweede lid, en 14, achtste lid opgenomen in bijlage 3 en
i. vervallen.
4. De in het derde lid vermelde gegevens behoeven niet te worden verstrekt, indien degene die loost, deze gegevens reeds aan het Wtw-bevoegd gezag heeft verschaft en het Wtw-bevoegd gezag over die gegevens beschikt.
5. Degene die een melding doet, geeft in voorkomend geval bij de melding aan welke gegevens hij reeds aan het Wtw-bevoegd gezag heeft verschaft.
6. Bij de melding overeenkomstig artikel 5, derde lid, worden aan het Wtw-bevoegd gezag gegevens verstrekt waaruit blijkt dat met de toe te passen andere middelen een ten minste gelijkwaardige bescherming voor een oppervlaktewaterlichaam of de doelmatige werking van de betrokken zuiveringtechnische werken wordt bereikt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het veranderen van het lozen, bedoeld in het eerste lid.
3. Bij een melding wordt vermeld:
a. de naam en het adres van degene die loost;
b. de aard en omvang van de glastuinbouwactiviteiten;
c. de indeling en de uitvoering van de gebouwen waar vanuit het lozen plaatsvindt;
d. de plaats van in de gebouwen aanwezige lozingspunten;
e. het volume en de samenstelling van het te lozen afvalwater;
f. een opgave van de afstand tussen de plaats waar het afvalwater ontstaat en de dichtstbijzijnde voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, bedoeld in artikel 10.30, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
g. een opgave van het aantal inwonerequivalenten van huishoudelijk afvalwater, dat wordt geloosd;
h. een opgave van de voorzieningen, bedoeld in de voorschriften 4, eerste en zesde lid, 5, tweede lid, 6, tweede lid, 7, derde lid, 8, derde lid, 9, tweede en vierde lid , 10, tweede lid, 11, tweede en vierde lid, 12, tweede lid, en 14, achtste lid opgenomen in bijlage 3 en
i. vervallen.
4. De in het derde lid vermelde gegevens behoeven niet te worden verstrekt, indien degene die loost, deze gegevens reeds aan het Wtw-bevoegd gezag heeft verschaft en het Wtw-bevoegd gezag over die gegevens beschikt.
5. Degene die een melding doet, geeft in voorkomend geval bij de melding aan welke gegevens hij reeds aan het Wtw-bevoegd gezag heeft verschaft.
6. Bij de melding overeenkomstig artikel 5, derde lid, worden aan het Wtw-bevoegd gezag gegevens verstrekt waaruit blijkt dat met de toe te passen andere middelen een ten minste gelijkwaardige bescherming voor een oppervlaktewaterlichaam of de doelmatige werking van de betrokken zuiveringtechnische werken wordt bereikt.