BWBR0013625
Geldig vanaf 2002-07-26
Artikel 12
Dierentuinenbesluit
1. De dierentuin beschikt over een beleidsprotocol met daarin opgenomen een eenduidig beleid met betrekking tot de in het tweede tot en met het zesde lid genoemde onderwerpen en handelt dienovereenkomstig.
2. De dierentuin bevordert de instandhouding van de diersoorten door het uitvoeren van ten minste een van de volgende activiteiten:
a. de deelname aan onderzoek dat gunstige gevolgen heeft voor het behoud van de diersoorten, de opleiding van het personeel in voor het onderzoek relevante vaardigheden en de uitwisseling van de verkregen informatie met andere dierentuinen;
b. zoveel mogelijk deelnemen aan bestaande programma's met betrekking tot het fokken van dieren in gevangenschap, het herstel van de populatie of het herintroduceren van soorten in hun natuurlijke omgeving.
3. Bij de transactie van dieren verzekert de dierentuin zich ervan dat de ontvangende partij de dieren houdt, huisvest en verzorgt op een wijze die vergelijkbaar is met de eisen uit dit besluit.
4. De dierentuin beschikt over een noodplan met betrekking tot de ontsnapping van dieren.
5. De dierentuin beschikt over een protocol met betrekking tot de voedingsaspecten, bedoeld in artikel 10en de preventieve en curatieve diergeneeskundige verzorging van de dieren, dat is opgesteld onder begeleiding van een dierenarts.
6. De dierentuin beschikt over een informatief en educatief programma met betrekking tot de tentoongestelde diersoorten. Bij het verstrekken van informatie worden de dieren zoveel mogelijk in hun biologische en ecologische context geplaatst.
2. De dierentuin bevordert de instandhouding van de diersoorten door het uitvoeren van ten minste een van de volgende activiteiten:
a. de deelname aan onderzoek dat gunstige gevolgen heeft voor het behoud van de diersoorten, de opleiding van het personeel in voor het onderzoek relevante vaardigheden en de uitwisseling van de verkregen informatie met andere dierentuinen;
b. zoveel mogelijk deelnemen aan bestaande programma's met betrekking tot het fokken van dieren in gevangenschap, het herstel van de populatie of het herintroduceren van soorten in hun natuurlijke omgeving.
3. Bij de transactie van dieren verzekert de dierentuin zich ervan dat de ontvangende partij de dieren houdt, huisvest en verzorgt op een wijze die vergelijkbaar is met de eisen uit dit besluit.
4. De dierentuin beschikt over een noodplan met betrekking tot de ontsnapping van dieren.
5. De dierentuin beschikt over een protocol met betrekking tot de voedingsaspecten, bedoeld in artikel 10en de preventieve en curatieve diergeneeskundige verzorging van de dieren, dat is opgesteld onder begeleiding van een dierenarts.
6. De dierentuin beschikt over een informatief en educatief programma met betrekking tot de tentoongestelde diersoorten. Bij het verstrekken van informatie worden de dieren zoveel mogelijk in hun biologische en ecologische context geplaatst.