BWBR0013625
Geldig vanaf 2002-07-26
Artikel 13
Dierentuinenbesluit
1. De vergunninghouder voert een inzichtelijke registratie van elk dier of diergroep, waaruit de mutaties van de diersoorten en de ziektegeschiedenis blijken.
2. De registratie bevat in ieder geval de volgende gegevens:
a. de wetenschappelijke soortnaam en het aantal;
b. het geslacht, indien mogelijk en relevant;
c. datum van verkrijging of geboortedatum;
d. bij overdracht of verkrijging: de bestemming en de herkomst van de dieren en – indien van toepassing – de nummers van de in- en uitvoerdocumenten en certificaten;
e. identificatie van het dier of de diergroep door het ringnummer, het tatoeagenummer, het microchipnummer of, indien een registratienummer ontbreekt, een omschrijving aan de hand van bijzondere uiterlijke kenmerken;
f. bij vertrek van een dier of diergroep: de datum en reden van vertrek en de naam en het adres van de eindbestemming;
g. bij bezoek van de dierenarts: de datum van dit bezoek, alsmede de gezondheidstoestand van het dier;
h. in geval van sterfte: de datum en de oorzaak.
3. Het register wordt ten minste een maal per maand bijgewerkt.
4. Bij vertrek gaat het dier of de diergroep vergezeld van een afschrift van alle op basis van het eerste lid bijgehouden relevante registers en documenten.
5. De gegevens, bedoeld in het eerste lid worden gedurende vijf jaar na de dood of het vertrek van het dier of de diergroep bewaard en worden op verzoek aan de bevoegde autoriteiten overgelegd.
2. De registratie bevat in ieder geval de volgende gegevens:
a. de wetenschappelijke soortnaam en het aantal;
b. het geslacht, indien mogelijk en relevant;
c. datum van verkrijging of geboortedatum;
d. bij overdracht of verkrijging: de bestemming en de herkomst van de dieren en – indien van toepassing – de nummers van de in- en uitvoerdocumenten en certificaten;
e. identificatie van het dier of de diergroep door het ringnummer, het tatoeagenummer, het microchipnummer of, indien een registratienummer ontbreekt, een omschrijving aan de hand van bijzondere uiterlijke kenmerken;
f. bij vertrek van een dier of diergroep: de datum en reden van vertrek en de naam en het adres van de eindbestemming;
g. bij bezoek van de dierenarts: de datum van dit bezoek, alsmede de gezondheidstoestand van het dier;
h. in geval van sterfte: de datum en de oorzaak.
3. Het register wordt ten minste een maal per maand bijgewerkt.
4. Bij vertrek gaat het dier of de diergroep vergezeld van een afschrift van alle op basis van het eerste lid bijgehouden relevante registers en documenten.
5. De gegevens, bedoeld in het eerste lid worden gedurende vijf jaar na de dood of het vertrek van het dier of de diergroep bewaard en worden op verzoek aan de bevoegde autoriteiten overgelegd.