BWBR0013985
Geldig vanaf 11-09-2002
Artikel 13
Tijdelijke regeling cliëntenparticipatie SVB
1. Het overleg, bedoeld in artikel 6, eerste lid, vindt ten minste vier keer per jaar in een vergadering plaats.
2. De oproeping tot een vergadering geschiedt door middel van een schriftelijke uitnodiging namens de voorzitter. De uitnodiging bevat plaats en tijdstip van de vergadering en gaat vergezeld van een vergaderagenda en de daarop betrekking hebbende stukken. Toezending vindt plaats tenminste één week voor de vergadering.
3. De vergaderagenda wordt door de voorzitter vastgesteld.
4. Ieder lid van de cliëntenraad bezit agenderingsbevoegdheid en kan de voorzitter verzoeken een vergadering bijeen te roepen. De voorzitter beoordeelt het verzoek en beslist daarover.
5. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Bij afwezigheid van de voorzitter kiezen de leden uit hun midden een voorzitter. De tweede volzin van artikel 12, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
6. De vergaderingen worden bijgewoond door een lid van de Raad van bestuur en zonodig door een of meer deskundigen van de SVB.
7. Van de vergadering wordt door de secretaris een schriftelijk verslag gemaakt. Dit verslag wordt in de eerstvolgende vergadering besproken en ter goedkeuring voorgelegd.
2. De oproeping tot een vergadering geschiedt door middel van een schriftelijke uitnodiging namens de voorzitter. De uitnodiging bevat plaats en tijdstip van de vergadering en gaat vergezeld van een vergaderagenda en de daarop betrekking hebbende stukken. Toezending vindt plaats tenminste één week voor de vergadering.
3. De vergaderagenda wordt door de voorzitter vastgesteld.
4. Ieder lid van de cliëntenraad bezit agenderingsbevoegdheid en kan de voorzitter verzoeken een vergadering bijeen te roepen. De voorzitter beoordeelt het verzoek en beslist daarover.
5. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Bij afwezigheid van de voorzitter kiezen de leden uit hun midden een voorzitter. De tweede volzin van artikel 12, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
6. De vergaderingen worden bijgewoond door een lid van de Raad van bestuur en zonodig door een of meer deskundigen van de SVB.
7. Van de vergadering wordt door de secretaris een schriftelijk verslag gemaakt. Dit verslag wordt in de eerstvolgende vergadering besproken en ter goedkeuring voorgelegd.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013985
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl