BWBR0013985
Geldig vanaf 11-09-2002
Artikel 5
Tijdelijke regeling cliëntenparticipatie SVB
1. Een lid van de cliëntenraad wordt tussentijds vervangen:
a. op eigen verzoek; of
b. als naar het oordeel van de voorzitter de goede gang van zaken bij de werkzaamheden van de cliëntenraad door toedoen van het lid wordt belemmerd; of
c. op een met reden omkleed verzoek van de in artikel 4 bedoelde organisatie die het lid voor de benoeming had voorgedragen.
2. De voorzitter van de cliëntenraad wordt tussentijds vervangen:
a. op eigen verzoek; of
b. op verzoek van de meerderheid van de cliëntenraad op grond van het oordeel dat de goede gang van zaken bij de werkzaamheden van de cliëntenraad door toedoen van de voorzitter wordt belemmerd.
3. Benoeming wegens een tussentijdse vervanging vindt plaats voor het restant van de zittingsduur van het vervangen lid.
a. op eigen verzoek; of
b. als naar het oordeel van de voorzitter de goede gang van zaken bij de werkzaamheden van de cliëntenraad door toedoen van het lid wordt belemmerd; of
c. op een met reden omkleed verzoek van de in artikel 4 bedoelde organisatie die het lid voor de benoeming had voorgedragen.
2. De voorzitter van de cliëntenraad wordt tussentijds vervangen:
a. op eigen verzoek; of
b. op verzoek van de meerderheid van de cliëntenraad op grond van het oordeel dat de goede gang van zaken bij de werkzaamheden van de cliëntenraad door toedoen van de voorzitter wordt belemmerd.
3. Benoeming wegens een tussentijdse vervanging vindt plaats voor het restant van de zittingsduur van het vervangen lid.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013985
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl