BWBR0014245
Geldig vanaf 19-07-2003
Artikel 5
Zuivelverordening 2003, Administratieve bepalingen
Iedere natuurlijke of rechtspersoon, die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld, is verplicht:
a. de door of vanwege het productschap in verband met zijn werkzaamheden gestelde vragen te beantwoorden of gevraagde gegevens te verstrekken;
b. toe te laten dat leden van het personeel van het productschap, daartoe schriftelijk gemachtigd door de voorzitter, inzage krijgen van de boeken en bescheiden van de onderneming, de voorraden van de onderneming opnemen en de bedrijfsmiddelen bezichtigen. De volmacht geeft aan de aard van de onderzoeken, waarmee de gemachtigde belast is;
c. een zodanige administratie te voeren als in verband met zijn werkzaamheden door het productschap wordt voorgeschreven en die administratie volledig en naar waarheid bij te houden en te bewaren.
a. de door of vanwege het productschap in verband met zijn werkzaamheden gestelde vragen te beantwoorden of gevraagde gegevens te verstrekken;
b. toe te laten dat leden van het personeel van het productschap, daartoe schriftelijk gemachtigd door de voorzitter, inzage krijgen van de boeken en bescheiden van de onderneming, de voorraden van de onderneming opnemen en de bedrijfsmiddelen bezichtigen. De volmacht geeft aan de aard van de onderzoeken, waarmee de gemachtigde belast is;
c. een zodanige administratie te voeren als in verband met zijn werkzaamheden door het productschap wordt voorgeschreven en die administratie volledig en naar waarheid bij te houden en te bewaren.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014245
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl