BWBR0014245
Geldig vanaf 13-12-2008
Artikel 8
Zuivelverordening 2003, Administratieve bepalingen
1. Ontvangers van melk verstrekken jaarlijks voor 1 maart het productschap de gegevens ten behoeve van de vaststelling en oplegging van de over het voorafgaande kalenderjaar verschuldigde heffingen.
2. Boerderijzuivelbereiders verstrekken jaarlijks voor 15 mei het productschap de gegevens ten behoeve van de vaststelling en oplegging van de over het voorafgaande tijdvak van 1 april tot en met 31 maart verschuldigde heffingen.
3. Exploitanten van melkveehouderijbedrijven die de op hun bedrijf gewonnen melk leveren aan een ontvanger van melk die niet bij het productschap is geregistreerd, verstrekken jaarlijks voor 1 maart het productschap de gegevens ten behoeve van de vaststelling en oplegging van de over het voorgaande kalenderjaar verschuldigde heffingen.
4. De in het eerste lid bedoelde opgave wordt jaarlijks voor 1 juli aangevuld met een verklaring van een registeraccountant, zoals bedoeld in artikel 55, juncto artikel 58 van de Wet op de Registeraccountants of een accountants-administratieconsulent, zoals bedoeld in artikel 36, juncto artikel 38 van de Wet op de Accountants-administratieconsulenten omtrent de juistheid van de in de aangifte vermelde gegevens.
Op verzoek van het productschap worden de in het tweede en derde lid bedoelde opgaven jaarlijks voor 1 juli aangevuld met een verklaring van een registeraccountant, zoals bedoeld in artikel 55, juncto artikel 58 van de Wet op de Registeraccountants of een accountants- administratieconsulent, zoals bedoeld in artikel 36, juncto artikel 38 van de Wet op de Accountants-administratieconsulenten omtrent de juistheid van de in de aangifte vermelde gegevens.
2. Boerderijzuivelbereiders verstrekken jaarlijks voor 15 mei het productschap de gegevens ten behoeve van de vaststelling en oplegging van de over het voorafgaande tijdvak van 1 april tot en met 31 maart verschuldigde heffingen.
3. Exploitanten van melkveehouderijbedrijven die de op hun bedrijf gewonnen melk leveren aan een ontvanger van melk die niet bij het productschap is geregistreerd, verstrekken jaarlijks voor 1 maart het productschap de gegevens ten behoeve van de vaststelling en oplegging van de over het voorgaande kalenderjaar verschuldigde heffingen.
4. De in het eerste lid bedoelde opgave wordt jaarlijks voor 1 juli aangevuld met een verklaring van een registeraccountant, zoals bedoeld in artikel 55, juncto artikel 58 van de Wet op de Registeraccountants of een accountants-administratieconsulent, zoals bedoeld in artikel 36, juncto artikel 38 van de Wet op de Accountants-administratieconsulenten omtrent de juistheid van de in de aangifte vermelde gegevens.
Op verzoek van het productschap worden de in het tweede en derde lid bedoelde opgaven jaarlijks voor 1 juli aangevuld met een verklaring van een registeraccountant, zoals bedoeld in artikel 55, juncto artikel 58 van de Wet op de Registeraccountants of een accountants- administratieconsulent, zoals bedoeld in artikel 36, juncto artikel 38 van de Wet op de Accountants-administratieconsulenten omtrent de juistheid van de in de aangifte vermelde gegevens.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014245
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl