BWBR0014580
Geldig vanaf 01-07-2005
Artikel 12
HBAG-Registratie-, enquête- en controleverordening 2003
1. De ondernemer is verplicht toe te staan, dat door of vanwege het hoofdbedrijfschap c.q. de HBAG-commissies - voor zover nodig in verband met de uitvoering onderscheidenlijk het toezicht op de naleving van de verordeningen en besluiten van het hoofdbedrijfschapc.q. een HBAG-commissie - inzage wordt genomen van boeken en bescheiden van een door hem gedreven onderneming, dan wel de bedrijfsmiddelen of voorraden van die onderneming worden bezichtigd en opgenomen. Hij is gehouden aan de inzage, bezichtiging of opneming de nodige medewerking te verlenen.
2. De inzage, bezichtiging of opneming vindt slechts plaats door de secretaris van het hoofdbedrijfschap c.q. van een HBAG-commissie of personen, die daartoe aan de ondernemer een schriftelijke opdracht van de secretaris van het hoofdbedrijfschap respectievelijk van een HBAG-commissie kunnen overleggen, welke opdracht het doel waarvoor de inzage, bezichtiging of opname plaatsvindt dient te vermelden.
3. De secretaris van het hoofdbedrijfschap c.q. van een HBAG-commissie geeft opdrachten als bedoeld in het voorgaande lid uitsluitend aan personeelsleden van het hoofdbedrijfschap respectievelijk van de betrokken HBAG-commissie en aan de directie of het personeel van het accountantskantoor dat door het dagelijks bestuur van het hoofdbedrijfschap respectievelijk van de betrokken HBAG-commissie is belast met de controle op het financieel beheer van het hoofdbedrijfschap respectievelijk van de betrokken HBAG-commissie dan wel aan door het bestuur van het hoofdbedrijfschap respectievelijk van de betrokken HBAG-commissie aangewezen accountantskantoren, aangesloten bij een organisatie, die haar leden aan tuchtrecht onderwerpt.
2. De inzage, bezichtiging of opneming vindt slechts plaats door de secretaris van het hoofdbedrijfschap c.q. van een HBAG-commissie of personen, die daartoe aan de ondernemer een schriftelijke opdracht van de secretaris van het hoofdbedrijfschap respectievelijk van een HBAG-commissie kunnen overleggen, welke opdracht het doel waarvoor de inzage, bezichtiging of opname plaatsvindt dient te vermelden.
3. De secretaris van het hoofdbedrijfschap c.q. van een HBAG-commissie geeft opdrachten als bedoeld in het voorgaande lid uitsluitend aan personeelsleden van het hoofdbedrijfschap respectievelijk van de betrokken HBAG-commissie en aan de directie of het personeel van het accountantskantoor dat door het dagelijks bestuur van het hoofdbedrijfschap respectievelijk van de betrokken HBAG-commissie is belast met de controle op het financieel beheer van het hoofdbedrijfschap respectievelijk van de betrokken HBAG-commissie dan wel aan door het bestuur van het hoofdbedrijfschap respectievelijk van de betrokken HBAG-commissie aangewezen accountantskantoren, aangesloten bij een organisatie, die haar leden aan tuchtrecht onderwerpt.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014580
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl