BWBR0014623
Geldig vanaf 2003-04-01
Artikel 8
Wet op het LSOP en het politieonderwijs
1. De raad van toezicht bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste zeven leden, onder wie de voorzitter.
2. De functie van lid van de raad van toezicht is niet verenigbaar met de functie van lid van het college van bestuur.
3. In de raad van toezicht worden geen ambtenaren benoemd voor wie Onze Minister het bevoegd gezag is.
4. De raad van toezicht stelt regels vast omtrent zijn werkwijze. Deze regels behoeven de instemming van Onze Minister.
5. Het college van bestuur draagt zorg voor de ondersteuning van de raad van toezicht.
6. Onze Minister kent de leden van de raad van toezicht, ten laste van het LSOP, een vergoeding toe voor hun werkzaamheden. De leden hebben aanspraak op vergoeding door het LSOP van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte reis- en verblijfkosten.
2. De functie van lid van de raad van toezicht is niet verenigbaar met de functie van lid van het college van bestuur.
3. In de raad van toezicht worden geen ambtenaren benoemd voor wie Onze Minister het bevoegd gezag is.
4. De raad van toezicht stelt regels vast omtrent zijn werkwijze. Deze regels behoeven de instemming van Onze Minister.
5. Het college van bestuur draagt zorg voor de ondersteuning van de raad van toezicht.
6. Onze Minister kent de leden van de raad van toezicht, ten laste van het LSOP, een vergoeding toe voor hun werkzaamheden. De leden hebben aanspraak op vergoeding door het LSOP van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte reis- en verblijfkosten.