BWBR0014679
Geldig vanaf 14-12-2003
Artikel 12
Verordening GZP snijkoek 2003
1. Voor voorverpakte snijkoek moet een aanduiding die de hoeveelheid van die snijkoek aangeeft, worden gebezigd.
2. De in het eerste lid bedoelde aanduiding moet op zichtbare wijze zijn aangebracht op de verpakking en zich in hetzelfde gezichtsveld bevinden als de benaming van de snijkoek.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op snijkoek die op de plaats van verkoop aan particulieren met het oog op onmiddellijke verkoop is verpakt voor zover in de onmiddellijke nabijheid van de snijkoek de aanduiding die in het eerste lid is bedoeld, is vermeld.
4. De aanduiding als in het eerste lid bedoeld mag niet misleidend rijn.
5. Voor de toepassing van deze verordening is niet misleidend een aanduiding betreffende de hoeveelheid
aangevend een hoeveelheid die kleiner is dan de werkelijke inhoud of
welke in samenhang met het EEG-teken als bedoeld in artikel 1 van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet) wordt gebezigd of
welke wordt voorafgegaan door "circa" of "ca".
6. De hoeveelheidsaanduiding voorafgegaan door "circa" of "ca" mag geen grotere hoeveelheid aangeven dan de gemiddelde werkelijke inhoud van in serie voorverpakte snijkoek, bepaald op de wijze die, voor e - voorverpakkingen als bedoeld in artikel 2 van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet), is aangegeven in bijlage III van dat besluit, waarbij de maximaal toegestane hoeveelheidsafwijking per verpakking in minus:
a. voor de productieperiode van 01-01-1988 t/m 31-12-1989 is aangegeven in tabel 1 van bijlage III van deze verordening.
b. voor de productieperiode van 01-01-1990 t/m 31-12-1991 is aangegeven in tabel 2 van bijlage III van deze verordening.
Ter bepaling van de gemiddelde werkelijke inhoud geldt de steekproefgrootte van de eerste steekproef, zoals genoemd in punt. 2.2.1 van bijlage III van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet).
7. Bij toepassing van lid 6 dienen controles door de producent van snijkoek op de inhoud uitgevoerd te worden - door middel van feitelijk onderzoek van steekproeven en met gebruikmaking van een voor het doel geschikt meetmiddel, dat voor zover keuring daarvoor ingevolge de IJkwet 1937 (Stb. 627) openstaat, geijkt is - volgens een systeem dat voldoet aan de criteria die in bijlage IV zijn aangegeven.
2. De in het eerste lid bedoelde aanduiding moet op zichtbare wijze zijn aangebracht op de verpakking en zich in hetzelfde gezichtsveld bevinden als de benaming van de snijkoek.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op snijkoek die op de plaats van verkoop aan particulieren met het oog op onmiddellijke verkoop is verpakt voor zover in de onmiddellijke nabijheid van de snijkoek de aanduiding die in het eerste lid is bedoeld, is vermeld.
4. De aanduiding als in het eerste lid bedoeld mag niet misleidend rijn.
5. Voor de toepassing van deze verordening is niet misleidend een aanduiding betreffende de hoeveelheid
aangevend een hoeveelheid die kleiner is dan de werkelijke inhoud of
welke in samenhang met het EEG-teken als bedoeld in artikel 1 van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet) wordt gebezigd of
welke wordt voorafgegaan door "circa" of "ca".
6. De hoeveelheidsaanduiding voorafgegaan door "circa" of "ca" mag geen grotere hoeveelheid aangeven dan de gemiddelde werkelijke inhoud van in serie voorverpakte snijkoek, bepaald op de wijze die, voor e - voorverpakkingen als bedoeld in artikel 2 van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet), is aangegeven in bijlage III van dat besluit, waarbij de maximaal toegestane hoeveelheidsafwijking per verpakking in minus:
a. voor de productieperiode van 01-01-1988 t/m 31-12-1989 is aangegeven in tabel 1 van bijlage III van deze verordening.
b. voor de productieperiode van 01-01-1990 t/m 31-12-1991 is aangegeven in tabel 2 van bijlage III van deze verordening.
Ter bepaling van de gemiddelde werkelijke inhoud geldt de steekproefgrootte van de eerste steekproef, zoals genoemd in punt. 2.2.1 van bijlage III van het Hoeveelheidsaanduidingenbesluit (Warenwet).
7. Bij toepassing van lid 6 dienen controles door de producent van snijkoek op de inhoud uitgevoerd te worden - door middel van feitelijk onderzoek van steekproeven en met gebruikmaking van een voor het doel geschikt meetmiddel, dat voor zover keuring daarvoor ingevolge de IJkwet 1937 (Stb. 627) openstaat, geijkt is - volgens een systeem dat voldoet aan de criteria die in bijlage IV zijn aangegeven.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014679
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl