BWBR0014679
Geldig vanaf 14-12-2003
Artikel 6
Verordening GZP snijkoek 2003
1. De zoetende bestanddelen, als bedoeld in artikel 4, inclusief de suikers uit toevoegingen conform de artikelen 7, 8, 9 en 10 mogen uitsluitend bestaan uit één of meerdere van de hierna genoemde suikers: halfwitte suiker, (witte) suiker, geraffineerde (witte) suiker, vloeibare suiker, vloeibare invertsuiker, invertsuikerstroop, dextrose monohydraat, watervrije dextrose, glucosestroop, gedehydrateerde glucosestroop, poedersuiker, witte of blanke kandij, gele, bruine of Boerhaavese kandij, witte of lichte en bruine of donkere basterdsuiker, al dan niet gehydrolyseerde lactose, massé, kandijstroop, suikerstroop, huishoudstroop, keukenstroop, melado of melasse, fructose, maltodextrinen, malthose, honing.
2. In de snijkoek moet een hoeveelheid fructose met 20% vocht aanwezig zijn welke overeenkomt met tenminste 30% van de gebruikte hoeveelheid zetmeel houdende bestanddelen met 15% vocht, gemeten na zwakke inversie van de in snijkoek aanwezige saccharose. Voor de bepaling van het fructosegehalte moet gebruik worden gemaakt van de methode van onderzoek, zoals deze in bijlage I is aangegeven.
2. In de snijkoek moet een hoeveelheid fructose met 20% vocht aanwezig zijn welke overeenkomt met tenminste 30% van de gebruikte hoeveelheid zetmeel houdende bestanddelen met 15% vocht, gemeten na zwakke inversie van de in snijkoek aanwezige saccharose. Voor de bepaling van het fructosegehalte moet gebruik worden gemaakt van de methode van onderzoek, zoals deze in bijlage I is aangegeven.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014679
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl