BWBR0014695
Geldig vanaf 18-05-2003
Artikel 6
Verordening PDV gemedicineerd voeder 2003
1. Diergeneesmiddelen mogen slechts in de vorm van een gemedicineerd halffabrikaat of een gemedicineerd voormengsel in gemedicineerde voeders worden verwerkt overeenkomstig de voorschriften zoals weergegeven op het etiket van het gemedicineerd halffabrikaat dan wel gemedicineerd voormengsel. Indien de etiketteringsvoorschriften ingevolge het registratiebesluit zijn gewijzigd, doch dit nog niet in de praktijk in de etiketten van de in de handel zijnde producten is verwerkt, is een bereider van gemedicineerd halffabrikaat dan wel gemedicineerd voeder gerechtigd de definitieve etiketteringsvoorschriften te volgen.
2. Het gemedicineerde voormengsel dan wel gemedicineerde halffabrikaat wordt aan de hoofdstroom van het diervoeder of het grondstoffenmengsel toegevoegd, zo dicht mogelijk voor of in de menger, maar na de hamermolen. Van toevoeging na de hamermolen kan worden afgeweken onder voorwaarde dat ten genoegen van het productschap aantoonbaar wordt gemaakt dat op minimaal gelijke wijze de kwaliteitseisen met betrekking tot gemedicineerd voeder worden gewaarborgd.
3. De dagelijkse dosis van diergeneesmiddelen wordt opgenomen in een hoeveelheid gemedicineerd voeder die ten minste de helft van het dagrantsoen van de behandelde dieren beslaat, en bij herkauwers ten minste de helft van de dagelijkse behoefte aan niet-mineraal aanvullend diervoeder.
4. In afwijking van artikel 2, tweede lid, van de wet, mogen voor de productie van gemedicineerde voeders bestemd voor uitvoer naar een andere Lidstaat, de aldaar toegelaten gemedicineerde voormengsels worden gebruikt. Elke voor uitvoer bestemde partij moet afzonderlijk en duidelijk identificeerbaar opgeslagen worden.
2. Het gemedicineerde voormengsel dan wel gemedicineerde halffabrikaat wordt aan de hoofdstroom van het diervoeder of het grondstoffenmengsel toegevoegd, zo dicht mogelijk voor of in de menger, maar na de hamermolen. Van toevoeging na de hamermolen kan worden afgeweken onder voorwaarde dat ten genoegen van het productschap aantoonbaar wordt gemaakt dat op minimaal gelijke wijze de kwaliteitseisen met betrekking tot gemedicineerd voeder worden gewaarborgd.
3. De dagelijkse dosis van diergeneesmiddelen wordt opgenomen in een hoeveelheid gemedicineerd voeder die ten minste de helft van het dagrantsoen van de behandelde dieren beslaat, en bij herkauwers ten minste de helft van de dagelijkse behoefte aan niet-mineraal aanvullend diervoeder.
4. In afwijking van artikel 2, tweede lid, van de wet, mogen voor de productie van gemedicineerde voeders bestemd voor uitvoer naar een andere Lidstaat, de aldaar toegelaten gemedicineerde voormengsels worden gebruikt. Elke voor uitvoer bestemde partij moet afzonderlijk en duidelijk identificeerbaar opgeslagen worden.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014695
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl