BWBR0014943
Geldig vanaf 06-07-2003
Artikel 13
Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen 2003
1. Het is de be- of verwerker verboden vóór de weging delen van het geslachte rund te verwijderen, tenzij het betreft de navolgende delen:
de onderpoten - afgescheiden tussen het pijpbeen en het tarsaal respectievelijk carpaal gewricht, de kop met tong - afgescheiden tussen het achterhoofdsbeen en de atlas-wervel en afgesneden langs de onderkaak -, de huid, de organen van de borst- en buikholte met inbegrip van het zoomvet, het hartzakje, het ruggenmerg, de geslachtsorganen van het mannelijk slachtrund, de uier, de halsslagaderen, de zwezerik, het niervet, de nieren, het slotvet, het oppervlakkig borstvet vanaf de navelinplant, het vet rond de aarsopening, het vet van de schaamnaad, het zak- of uiervet, het aangewassen vet aan de ribwand, het vet rond de halsslagaders, de staart en de longhaas.
2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet indien en voorzover, ingevolge een beslissing op grond van het bepaalde bij of krachtens de Vleeskeuringswet of de Veewet, vóór de weging afkeuring en deswege afsnijding plaatsvindt van delen van het geslachte rund, welke niet zijn genoemd in het eerste lid.
3. Onverminderd de overige, bij of krachtens deze verordening, gestelde bepalingen, is het de be- of verwerker, die slachtrunderen weegt, doet wegen of toestaat dat slachtrunderen op zijn bedrijf worden gewogen verboden enigerlei handeling te verrichten, waardoor het gewicht van de te wegen slachtrunderen kan verminderen.
de onderpoten - afgescheiden tussen het pijpbeen en het tarsaal respectievelijk carpaal gewricht, de kop met tong - afgescheiden tussen het achterhoofdsbeen en de atlas-wervel en afgesneden langs de onderkaak -, de huid, de organen van de borst- en buikholte met inbegrip van het zoomvet, het hartzakje, het ruggenmerg, de geslachtsorganen van het mannelijk slachtrund, de uier, de halsslagaderen, de zwezerik, het niervet, de nieren, het slotvet, het oppervlakkig borstvet vanaf de navelinplant, het vet rond de aarsopening, het vet van de schaamnaad, het zak- of uiervet, het aangewassen vet aan de ribwand, het vet rond de halsslagaders, de staart en de longhaas.
2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet indien en voorzover, ingevolge een beslissing op grond van het bepaalde bij of krachtens de Vleeskeuringswet of de Veewet, vóór de weging afkeuring en deswege afsnijding plaatsvindt van delen van het geslachte rund, welke niet zijn genoemd in het eerste lid.
3. Onverminderd de overige, bij of krachtens deze verordening, gestelde bepalingen, is het de be- of verwerker, die slachtrunderen weegt, doet wegen of toestaat dat slachtrunderen op zijn bedrijf worden gewogen verboden enigerlei handeling te verrichten, waardoor het gewicht van de te wegen slachtrunderen kan verminderen.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014943
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl