BWBR0014943
Geldig vanaf 12-12-2004
Artikel 15
Verordening slachting, weging en classificatie slachtrunderen 2003
1. Indien de be- of verwerker het geslachte rund afdoucht, mag daarvoor geen gewichtsaftrek worden toegepast.
2. Indien, ingevolge een beslissing op grond van het bepaalde bij of krachtens de Vleeskeuringswet of de Veewet, vóór de weging afkeuring en deswege afsnijding plaatsvindt van delen van het geslachte rund, welke niet zijn genoemd in artikel 13, eerste lid, moet het vastgestelde dan wel geschatte gewicht van deze afgekeurde delen per slachtrund worden vastgesteld.
3. Indien de in artikel 13, eerste lid, bedoelde delen niet mogen worden verwijderd als gevolg van een uitstel van goedkeuring op grond van een beslissing bij of krachtens de Vleeskeuringswet of de Veewet, mogen bedoelde delen na de goedkeuring alsnog worden verwijderd. Daarna vindt de weging plaats.
Het aldus vastgestelde geslachte gewicht moet verhoogd worden met 2%. In het geval van afkeuring van delen van het geslachte rund, als bedoeld in het tweede lid, is het gestelde in het tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
4. In afwijking van het bepaalde in het derde lid, is het, mits de aldaar bedoelde geslachte runderen geclassificeerd zijn, toegestaan voorafgaand aan deze goedkeuring het vastgestelde gewicht - waarbij het niervet, de nieren, het slotvet, het oppervlakkig borstvet vanaf de navelinplant, vet rond de aarsopening, vet van de schaamnaad, zak- of uiervet, aangewassen vet aan de ribwand, vet rond de halsslagaders, de staart en de longhaas zijn meegewogen - als volgt te verlagen:
[tabel]
Indien een of meer van de hierboven genoemde onderdelen niet zijn meegewogen op last van de RVV worden de hierboven genoemde percentages, voor de verschillende onderdelen verminderd met de onderstaande percentages:
[tabel]
5. Een be- of verwerker die gebruik wenst te maken van de in het vierde lid geboden mogelijkheid is verplicht deze afwijkingsmodaliteit tevens in alle volgende gevallen te hanteren, tot een nader, in overleg met het productschap te bepalen, tijdstip.
2. Indien, ingevolge een beslissing op grond van het bepaalde bij of krachtens de Vleeskeuringswet of de Veewet, vóór de weging afkeuring en deswege afsnijding plaatsvindt van delen van het geslachte rund, welke niet zijn genoemd in artikel 13, eerste lid, moet het vastgestelde dan wel geschatte gewicht van deze afgekeurde delen per slachtrund worden vastgesteld.
3. Indien de in artikel 13, eerste lid, bedoelde delen niet mogen worden verwijderd als gevolg van een uitstel van goedkeuring op grond van een beslissing bij of krachtens de Vleeskeuringswet of de Veewet, mogen bedoelde delen na de goedkeuring alsnog worden verwijderd. Daarna vindt de weging plaats.
Het aldus vastgestelde geslachte gewicht moet verhoogd worden met 2%. In het geval van afkeuring van delen van het geslachte rund, als bedoeld in het tweede lid, is het gestelde in het tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
4. In afwijking van het bepaalde in het derde lid, is het, mits de aldaar bedoelde geslachte runderen geclassificeerd zijn, toegestaan voorafgaand aan deze goedkeuring het vastgestelde gewicht - waarbij het niervet, de nieren, het slotvet, het oppervlakkig borstvet vanaf de navelinplant, vet rond de aarsopening, vet van de schaamnaad, zak- of uiervet, aangewassen vet aan de ribwand, vet rond de halsslagaders, de staart en de longhaas zijn meegewogen - als volgt te verlagen:
[tabel]
Indien een of meer van de hierboven genoemde onderdelen niet zijn meegewogen op last van de RVV worden de hierboven genoemde percentages, voor de verschillende onderdelen verminderd met de onderstaande percentages:
[tabel]
5. Een be- of verwerker die gebruik wenst te maken van de in het vierde lid geboden mogelijkheid is verplicht deze afwijkingsmodaliteit tevens in alle volgende gevallen te hanteren, tot een nader, in overleg met het productschap te bepalen, tijdstip.
- Citeren als
- Art. 15
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014943
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl