BWBR0014962
Geldig vanaf 11-04-2004
Artikel 5:1:1
Verordening PDV diervoeders 2003
1. Het is de ondernemer verboden toevoegingsmiddelen in het verkeer te brengen waarvoor niet overeenkomstig Richtlijn 70/524/ EEG door de Europese Commissie een toelatingsvergunning is verleend.
2. Vergunningen als bedoeld in het eerste lid worden door de ondernemer in Nederland aangevraagd bij het productschap 1De daadwerkelijke indiening van de dossiers geschiedt bij het Bureau Registratie Diergeneesmiddelen. en gaan vergezeld van een dossier, dat is samengesteld overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 87/153/EEG van de Raad van 16 februari 1987 tot vaststelling van richtsnoeren voor de beoordeling van toevoegingsmiddelen in diervoeding,
3. De procedure van aanvraag, behandeling en verlening van de vergunning geschiedt volgens de procedure in Bijlage IV.
4. Bij aanvraag van een vergunning als bedoeld in het tweede lid is de ondernemer aan het productschap een retributie verschuldigd. De hoogte van de retributie wordt vastgesteld bij Verordening PDV retributie diervoedersector 2003.
2. Vergunningen als bedoeld in het eerste lid worden door de ondernemer in Nederland aangevraagd bij het productschap 1De daadwerkelijke indiening van de dossiers geschiedt bij het Bureau Registratie Diergeneesmiddelen. en gaan vergezeld van een dossier, dat is samengesteld overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 87/153/EEG van de Raad van 16 februari 1987 tot vaststelling van richtsnoeren voor de beoordeling van toevoegingsmiddelen in diervoeding,
3. De procedure van aanvraag, behandeling en verlening van de vergunning geschiedt volgens de procedure in Bijlage IV.
4. Bij aanvraag van een vergunning als bedoeld in het tweede lid is de ondernemer aan het productschap een retributie verschuldigd. De hoogte van de retributie wordt vastgesteld bij Verordening PDV retributie diervoedersector 2003.
- Citeren als
- Art. 5:1:1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014962
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl