BWBR0014962
Geldig vanaf 06-11-2003
Artikel 7:3:2
Verordening PDV diervoeders 2003
1. De ondernemer is verplicht bij het in het verkeer brengen van mengvoeders bestemd voor andere dieren dan gezelschapsdieren, bij de vermelding van voedermiddelen het volgende in acht te nemen:
a. opsomming van de voedermiddelen met specifieke naam als opgenomen in Bijlage II met vermelding, in afnemende volgorde van belangrijkheid, van de gewichtspercentages die in de mengvoeders voorkomen;
b. voor deze gewichtspercentages wordt een marge van +/- 15% van de aangegeven waarde getolereerd.
2. De ondernemer is verplicht bij het in het verkeer brengen van mengvoeders bestemd voor gezelschapsdieren het volgende in acht te nemen:
a. vermelding van de specifieke naam van alle voedermiddelen als opgenomen in Bijlage II, hetzij onder opgave van het gehalte, hetzij in afnemende volgorde van belangrijkheid van hun gewichtspercentages, dan wel
b. vermelding van de categorieën, genoemd in bijlage VI, waartoe de betreffende voedermiddelen behoren, hetzij onder opgave van het gehalte hetzij in afnemende volgorde van belangrijkheid van hun gewichtspercentages. Indien van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt. mag geen enkel voedermiddel worden vermeld behalve in de gevallen bedoeld in het vierde en vijfde lid.
3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, mogen ten aanzien van dieetvoeders de voedermiddelen worden vermeld als categorieën als genoemd in bijlage VI, zelfs wanneer de vermelding van bepaalde voedermiddelen met hun specifieke naam vereist is ter staving van de voedingskenmerken van het voeder.
4. Wanneer een voedermiddel tot geen enkele van de in bijlage VI vermelde categorieën behoort, geschiedt vermelding van het voedermiddel door vermelding van de specifieke naam in de volgorde die wordt bepaald op basis van het gewichtspercentage van het voedermiddel ten opzichte van de categorieën.
5. Het is de ondernemer toegestaan op de etikettering van mengvoeders voor gezelschapsdieren de aandacht te vestigen op de aanwezigheid van of op het lage gehalte aan een of meer voedermiddelen die voor de eigenschappen van dat voeder van wezenlijk belang zijn. In dat geval moet het minimum- of maximumgehalte uitgedrukt in gewichtspercentages van de gebruikte voedermiddel(en) duidelijk worden aangegeven naast de vermelding van de voedermiddelen of de categorieën ingevolge dit artikel.
6. Het is de ondernemer toegestaan op de etikettering van dieetvoeders bestemd voor andere dieren dan gezelschapsdieren de aandacht te vestigen op de aanwezigheid van of op het lage gehalte aan een of meer voedermiddelen die voor de eigenschappen van dat voeder van wezenlijk belang zijn.
7. Voor de toepassing van dit artikel worden niet als voedermiddel beschouwd toevoegingsmiddelen en bijzondere eiwit houdende producten als bedoeld in hoofdstuk 4.
a. opsomming van de voedermiddelen met specifieke naam als opgenomen in Bijlage II met vermelding, in afnemende volgorde van belangrijkheid, van de gewichtspercentages die in de mengvoeders voorkomen;
b. voor deze gewichtspercentages wordt een marge van +/- 15% van de aangegeven waarde getolereerd.
2. De ondernemer is verplicht bij het in het verkeer brengen van mengvoeders bestemd voor gezelschapsdieren het volgende in acht te nemen:
a. vermelding van de specifieke naam van alle voedermiddelen als opgenomen in Bijlage II, hetzij onder opgave van het gehalte, hetzij in afnemende volgorde van belangrijkheid van hun gewichtspercentages, dan wel
b. vermelding van de categorieën, genoemd in bijlage VI, waartoe de betreffende voedermiddelen behoren, hetzij onder opgave van het gehalte hetzij in afnemende volgorde van belangrijkheid van hun gewichtspercentages. Indien van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt. mag geen enkel voedermiddel worden vermeld behalve in de gevallen bedoeld in het vierde en vijfde lid.
3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, mogen ten aanzien van dieetvoeders de voedermiddelen worden vermeld als categorieën als genoemd in bijlage VI, zelfs wanneer de vermelding van bepaalde voedermiddelen met hun specifieke naam vereist is ter staving van de voedingskenmerken van het voeder.
4. Wanneer een voedermiddel tot geen enkele van de in bijlage VI vermelde categorieën behoort, geschiedt vermelding van het voedermiddel door vermelding van de specifieke naam in de volgorde die wordt bepaald op basis van het gewichtspercentage van het voedermiddel ten opzichte van de categorieën.
5. Het is de ondernemer toegestaan op de etikettering van mengvoeders voor gezelschapsdieren de aandacht te vestigen op de aanwezigheid van of op het lage gehalte aan een of meer voedermiddelen die voor de eigenschappen van dat voeder van wezenlijk belang zijn. In dat geval moet het minimum- of maximumgehalte uitgedrukt in gewichtspercentages van de gebruikte voedermiddel(en) duidelijk worden aangegeven naast de vermelding van de voedermiddelen of de categorieën ingevolge dit artikel.
6. Het is de ondernemer toegestaan op de etikettering van dieetvoeders bestemd voor andere dieren dan gezelschapsdieren de aandacht te vestigen op de aanwezigheid van of op het lage gehalte aan een of meer voedermiddelen die voor de eigenschappen van dat voeder van wezenlijk belang zijn.
7. Voor de toepassing van dit artikel worden niet als voedermiddel beschouwd toevoegingsmiddelen en bijzondere eiwit houdende producten als bedoeld in hoofdstuk 4.
- Citeren als
- Art. 7:3:2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014962
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl