BWBR0015390
Geldig vanaf 01-01-2003
Artikel 2
Verordening Heffingen 2003
1. Aan de ondernemers wordt voor 2003 een bedrag van Euro 104,00 geheven voor elke in het jaar 2002 bij het drijven van de onderneming geëxploiteerde verkoopplaats.
2. Aan degenen, die een onderneming drijven als in het eerste lid van dit artikel bedoeld, wordt bovendien voor 2003 een heffing opgelegd naar het aantal op 2 januari 2002 in de door die onderneming geëxploiteerde verkoopplaats of verkoopplaatsen werkzame personen. Deze heffing bedraagt Euro 104,00 per persoon met een werkweek van 31 of meer uren, Euro 78,00 per persoon met een werkweek van 21 tot 31 uren, Euro 52,00 per persoon met een werkweek van 11 tot 21 uren en Euro 26,00 per persoon met een werkweek van 0 tot 11 uren.
3. Degenen, die in 2002 een onderneming hebben gedreven als in het eerste lid van dit artikel bedoeld, doch die onderneming en/of één of meer der bij het drijven van die onderneming geëxploiteerde verkoopplaatsen in de loop van 2002 hebben gevestigd of overgenomen, overgedaan of opgeheven, zijn over de periode waarin zij in 2002 deze onderneming hebben gedreven een evenredig deel van de heffing verschuldigd als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel.
Bij vestiging of overname van een onderneming en/of één of meerdere verkoopplaatsen in de loop van 2002 wordt de heffing als bedoeld in het tweede lid van dit artikel opgelegd naar het aantal personen, dat in de verkoopplaats of verkoopplaatsen werkzaam is op de eerste van de maand na de datum van vestiging of overname.
4. De heffingen, als bedoeld in deze verordening, moeten worden voldaan binnen 14 dagen na de datum welke op de heffingsnota staat vermeld.
5. Degene, die het door hem of haar verschuldigde heffingsbedrag niet of niet geheel binnen 14 dagen na de op de heffingsnota vermelde datum heeft betaald en vervolgens schriftelijk is aangemaand, is de volgende vergoeding voor de daaruit voortvloeiende extra kosten verschuldigd:
Bij toezending van een tweede herinnering euro 3;
Bij toezending van een laatste waarschuwing (aangetekend) euro 9 (inclusief kosten tweede herinnering).
2. Aan degenen, die een onderneming drijven als in het eerste lid van dit artikel bedoeld, wordt bovendien voor 2003 een heffing opgelegd naar het aantal op 2 januari 2002 in de door die onderneming geëxploiteerde verkoopplaats of verkoopplaatsen werkzame personen. Deze heffing bedraagt Euro 104,00 per persoon met een werkweek van 31 of meer uren, Euro 78,00 per persoon met een werkweek van 21 tot 31 uren, Euro 52,00 per persoon met een werkweek van 11 tot 21 uren en Euro 26,00 per persoon met een werkweek van 0 tot 11 uren.
3. Degenen, die in 2002 een onderneming hebben gedreven als in het eerste lid van dit artikel bedoeld, doch die onderneming en/of één of meer der bij het drijven van die onderneming geëxploiteerde verkoopplaatsen in de loop van 2002 hebben gevestigd of overgenomen, overgedaan of opgeheven, zijn over de periode waarin zij in 2002 deze onderneming hebben gedreven een evenredig deel van de heffing verschuldigd als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel.
Bij vestiging of overname van een onderneming en/of één of meerdere verkoopplaatsen in de loop van 2002 wordt de heffing als bedoeld in het tweede lid van dit artikel opgelegd naar het aantal personen, dat in de verkoopplaats of verkoopplaatsen werkzaam is op de eerste van de maand na de datum van vestiging of overname.
4. De heffingen, als bedoeld in deze verordening, moeten worden voldaan binnen 14 dagen na de datum welke op de heffingsnota staat vermeld.
5. Degene, die het door hem of haar verschuldigde heffingsbedrag niet of niet geheel binnen 14 dagen na de op de heffingsnota vermelde datum heeft betaald en vervolgens schriftelijk is aangemaand, is de volgende vergoeding voor de daaruit voortvloeiende extra kosten verschuldigd:
Bij toezending van een tweede herinnering euro 3;
Bij toezending van een laatste waarschuwing (aangetekend) euro 9 (inclusief kosten tweede herinnering).
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015390
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl