BWBR0015767
Geldig vanaf 01-01-2004
Artikel 10
Verordening identificatie en registratie van paardachtigen (PVV) 2004
1. De transponder wordt geïmplanteerd door een dierenarts of door een paarden paspoortconsulent.
2. De voorzitter stelt bij besluit een protocol vast, waarin voorschriften worden gegeven ter zake van het implanteren van transponders. Het besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
3. De in het tweede lid bedoelde voorschriften kunnen bepalen dat in afwijking van het bepaalde in artikel 5, tweede lid, het nummer van de in de paardachtige geïmplanteerde transponder door de in het eerste lid bedoelde dierenarts of de paardenpaspoortconsulent in het paspoort wordt aangetekend bij gelegenheid van de implantatie van de transponder.
2. De voorzitter stelt bij besluit een protocol vast, waarin voorschriften worden gegeven ter zake van het implanteren van transponders. Het besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
3. De in het tweede lid bedoelde voorschriften kunnen bepalen dat in afwijking van het bepaalde in artikel 5, tweede lid, het nummer van de in de paardachtige geïmplanteerde transponder door de in het eerste lid bedoelde dierenarts of de paardenpaspoortconsulent in het paspoort wordt aangetekend bij gelegenheid van de implantatie van de transponder.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015767
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl