BWBR0015767
Geldig vanaf 01-01-2004
Artikel 16
Verordening identificatie en registratie van paardachtigen (PVV) 2004
1. In geval van verlies of diefstal van het paspoort stelt de eigenaar de in artikel 6, eerste lid, bedoelde erkende instelling of hippische sportorganisatie die het paspoort heeft uitgegeven schriftelijk en onverwijld van het feit op de hoogte.
2. De eigenaar dient in het in het eerste lid bedoelde geval overeenkomstig artikel 7 een paspoort aanvraag in onder vermeIding "aanvraag duplicaat".
3. Het paspoort wordt voorzien van de opdruk "duplicaat paspoort".
4. In het in het eerste lid bedoelde geval wordt de paardachtigen niet eerder ter slacht aangeboden dan na verstrijken van een termijn van 6 maanden te rekenen vanaf de dag van uitgifte van het duplicaat paspoort.
5. Van de uitgifte van een duplicaat paspoort wordt in het in artikel 19, eerste lid, bedoelde register een aantekening gemaakt.
2. De eigenaar dient in het in het eerste lid bedoelde geval overeenkomstig artikel 7 een paspoort aanvraag in onder vermeIding "aanvraag duplicaat".
3. Het paspoort wordt voorzien van de opdruk "duplicaat paspoort".
4. In het in het eerste lid bedoelde geval wordt de paardachtigen niet eerder ter slacht aangeboden dan na verstrijken van een termijn van 6 maanden te rekenen vanaf de dag van uitgifte van het duplicaat paspoort.
5. Van de uitgifte van een duplicaat paspoort wordt in het in artikel 19, eerste lid, bedoelde register een aantekening gemaakt.
- Citeren als
- Art. 16
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015767
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl