BWBR0015925
Geldig vanaf 01-01-2004
Artikel 23
Besluit innovatiesubsidie samenwerkingsprojecten
1. Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt kunnen op aanvraag van de subsidie-ontvanger door Onze Minister voorschotten worden verstrekt.
2. Een voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde projectkosten, voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen. In totaal zal het bedrag aan voorschotten:
a. voor zover het betreft een project, niet zijnde een haalbaarheidsstudie, niet groter zijn dan 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag, en
b. voor een project, bestaande uit een haalbaarheidsstudie, niet meer zijn dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen maximum.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt aan een ondernemer als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, het eerste voorschot ambtshalve verstrekt bij de subsidieverlening, met dien verstande dat dit voorschot 25 procent bedraagt van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag. Indien de ondernemer deelnemer is in een samenwerkingsverband vindt overeenkomstige toepassing plaats van de eerste volzin op de andere leden van het samenwerkingsverband.
4. Bij de toepassing van het tweede lid wordt de opslag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, geacht gemaakt en betaald te zijn voor zover de kosten waarover hij wordt berekend zijn gemaakt en betaald.
5. Een voorschot als bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt slechtsverstrekt, indien het bedrag aan voorschot meer is dan een bij regeling van Onze Minister te bepalen bedrag.
2. Een voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde projectkosten, voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen. In totaal zal het bedrag aan voorschotten:
a. voor zover het betreft een project, niet zijnde een haalbaarheidsstudie, niet groter zijn dan 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag, en
b. voor een project, bestaande uit een haalbaarheidsstudie, niet meer zijn dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen maximum.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt aan een ondernemer als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, het eerste voorschot ambtshalve verstrekt bij de subsidieverlening, met dien verstande dat dit voorschot 25 procent bedraagt van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag. Indien de ondernemer deelnemer is in een samenwerkingsverband vindt overeenkomstige toepassing plaats van de eerste volzin op de andere leden van het samenwerkingsverband.
4. Bij de toepassing van het tweede lid wordt de opslag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, geacht gemaakt en betaald te zijn voor zover de kosten waarover hij wordt berekend zijn gemaakt en betaald.
5. Een voorschot als bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt slechtsverstrekt, indien het bedrag aan voorschot meer is dan een bij regeling van Onze Minister te bepalen bedrag.
- Citeren als
- Art. 23
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015925
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl