BWBR0016616
Geldig vanaf 15-08-2004
Artikel 12
Verordening aanduiding bijzondere slachtpluimvee-houderijsystemen (PPE) 2004
1. Het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften wordt uitgeoefend door een door het bestuur aan te wijzen dienst of personen.
2. Ondernemers zijn verplicht:
a. aan de door het bestuur aan te wijzen dienst of personen al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken die naar hun oordeel nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
b. aan de door het bestuur aan te wijzen dienst of personen inzage te geven of te doen geven van die boeken en bescheiden die naar hun oordeel nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
c. aan de door het bestuur aan te wijzen dienst of personen te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot hun bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen waar c.q. waarin voorraden, tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen c.q. worden vervoerd;
d. te gedogen dat door de door het bestuur aan te wijzen dienst of personen monsters worden genomen uit de voorraden (waaronder begrepen verpakkingsmateriaal) van het bedrijf van de ondernemer, ongeacht de plaats waar of waarin die voorraden zich bevinden en hij zal alsdan de van hem gevorderde medewerking overeenkomstig de aanwijzingen van die controleurs en onder hun toezicht verlenen.
2. Ondernemers zijn verplicht:
a. aan de door het bestuur aan te wijzen dienst of personen al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken die naar hun oordeel nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
b. aan de door het bestuur aan te wijzen dienst of personen inzage te geven of te doen geven van die boeken en bescheiden die naar hun oordeel nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
c. aan de door het bestuur aan te wijzen dienst of personen te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot hun bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen waar c.q. waarin voorraden, tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen c.q. worden vervoerd;
d. te gedogen dat door de door het bestuur aan te wijzen dienst of personen monsters worden genomen uit de voorraden (waaronder begrepen verpakkingsmateriaal) van het bedrijf van de ondernemer, ongeacht de plaats waar of waarin die voorraden zich bevinden en hij zal alsdan de van hem gevorderde medewerking overeenkomstig de aanwijzingen van die controleurs en onder hun toezicht verlenen.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0016616
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl