BWBR0016637
Geldig vanaf 2014-03-01
Artikel 71
Wet op de jeugdzorg
1. Geen ouderbijdrage is verschuldigd indien:
a. de jeugdige met het oog op adoptie niet meer door zijn ouders wordt verzorgd en opgevoed;
b. de ouders van het gezag over de jeugdige zijn ontheven of ontzet;
c. het verblijf en de verzorging worden geboden in een acute noodsituatie, zulks voor de duur van ten hoogste zes weken.
2. Geen ouderbijdrage is verschuldigd door de ouder of stiefouder ten aanzien van wie de rechter op de voet van de artikelen 406en 407 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboekof van artikel 822, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingeen bedrag heeft bepaald dat hij periodiek moet betalen ter voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn kind of stiefkind.
a. de jeugdige met het oog op adoptie niet meer door zijn ouders wordt verzorgd en opgevoed;
b. de ouders van het gezag over de jeugdige zijn ontheven of ontzet;
c. het verblijf en de verzorging worden geboden in een acute noodsituatie, zulks voor de duur van ten hoogste zes weken.
2. Geen ouderbijdrage is verschuldigd door de ouder of stiefouder ten aanzien van wie de rechter op de voet van de artikelen 406en 407 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboekof van artikel 822, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingeen bedrag heeft bepaald dat hij periodiek moet betalen ter voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn kind of stiefkind.