BWBR0016963
Geldig vanaf 17-10-2004
Artikel 5
Verordening PT erosiebestrijding tuinbouwgronden 2004
1. Het is een ondernemer verboden tuinbouwgronden met een hellingspercentage van 2% of méér, met een erosiebevorderend gewas te betelen.
2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor gewaspercelen met een hellingspercentage van 2 tot 5% indien:
a. de erosiebevorderende gewassen over geen grotere aaneengesloten lengte dan 400 meter worden geteeld en
b. toepassing wordt gegeven aan de directzaaimethode, mulchmethode of een strodek,
3. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor gewaspercelen met een gemiddelde hellingspercentage van 5 tot 18 % indien:
a. de erosiebevorderende gewassen over geen grotere aaneengesloten lengte dan 300 meter worden geteeld en
b. toepassing wordt gegeven aan de directzaaimethode, mulchmethode of een strodek.
4. Indien bij het bereiken van het lengtecriterium voor de teelt van een erosiebevorderend gewas, zoals vermeld in onderdeel a van de leden 2 en 3 afwisseling plaatsvindt met een niet-erosiebevorderend gewas, dient op de eerste plaats dit niet-erosiebevorderende gewas over de volle breedte te grenzen aan het erosiebevorderende gewas en dient op de tweede plaats de lengte van het niet-erosiebevorderende gewas tenminste 100 meter te bedragen, alvorens een volgend erosiebevorderend gewas wordt geteeld.
5. Het is een ondernemer verboden tuinbouwgrond met een hellingspercentage van 18% of meer anders te exploiteren dan als grasland.
2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor gewaspercelen met een hellingspercentage van 2 tot 5% indien:
a. de erosiebevorderende gewassen over geen grotere aaneengesloten lengte dan 400 meter worden geteeld en
b. toepassing wordt gegeven aan de directzaaimethode, mulchmethode of een strodek,
3. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor gewaspercelen met een gemiddelde hellingspercentage van 5 tot 18 % indien:
a. de erosiebevorderende gewassen over geen grotere aaneengesloten lengte dan 300 meter worden geteeld en
b. toepassing wordt gegeven aan de directzaaimethode, mulchmethode of een strodek.
4. Indien bij het bereiken van het lengtecriterium voor de teelt van een erosiebevorderend gewas, zoals vermeld in onderdeel a van de leden 2 en 3 afwisseling plaatsvindt met een niet-erosiebevorderend gewas, dient op de eerste plaats dit niet-erosiebevorderende gewas over de volle breedte te grenzen aan het erosiebevorderende gewas en dient op de tweede plaats de lengte van het niet-erosiebevorderende gewas tenminste 100 meter te bedragen, alvorens een volgend erosiebevorderend gewas wordt geteeld.
5. Het is een ondernemer verboden tuinbouwgrond met een hellingspercentage van 18% of meer anders te exploiteren dan als grasland.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0016963
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl