BWBR0017453
Geldig vanaf 15-12-2004
Artikel 2
Inconveniëntenregeling Eerste Kamer der Staten-Generaal
1. Een betrokkene wordt op grond van artikel 22a van het bezoldigingsbesluit een periodieke toeslag toegekend die bestaat uit een vast deel en een variabel deel.
2. Het vaste deel van de toeslag bedraagt € 137,50 per maand.
3. Het variabele deel van de toeslag bedraagt € 20,00 voor ieder uur dat de betrokkene in een kalendermaand meer heeft gewerkt dan het aantal uren dat hij op grond van de uit de voor hem geldende gemiddelde arbeidsduur voortvloeiende werktijdregeling in die maand arbeid dient te verrichten, vermeerderd met 4.
4. Voor de urenberekening bedoeld in het derde lid worden uren waarin op grond van de hoofdstukken IV en V van het ambtenarenreglement of anderszins verlof is genoten aangemerkt als uren waarop geen arbeid dient te worden verricht.
5. De in de leden 2 en 3 genoemde bedragen worden evenredig aangepast bij algemene salarisherzieningen.
2. Het vaste deel van de toeslag bedraagt € 137,50 per maand.
3. Het variabele deel van de toeslag bedraagt € 20,00 voor ieder uur dat de betrokkene in een kalendermaand meer heeft gewerkt dan het aantal uren dat hij op grond van de uit de voor hem geldende gemiddelde arbeidsduur voortvloeiende werktijdregeling in die maand arbeid dient te verrichten, vermeerderd met 4.
4. Voor de urenberekening bedoeld in het derde lid worden uren waarin op grond van de hoofdstukken IV en V van het ambtenarenreglement of anderszins verlof is genoten aangemerkt als uren waarop geen arbeid dient te worden verricht.
5. De in de leden 2 en 3 genoemde bedragen worden evenredig aangepast bij algemene salarisherzieningen.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017453
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl