BWBR0018217
Geldig vanaf 2012-12-13
Artikel 4
Regeling bijstand bestrijding luchtvaartterrorisme
1. De Master Controller is uit hoofde van zijn taak ter zake van de bewaking van het luchtruim en onder verantwoordelijkheid van de Minister van Defensie bevoegd tot het geven van een opdracht aan de QRA:
a. het luchtruim te kiezen;
b. een civiel luchtvaartuig te naderen ten behoeve van de verificatie van informatie over dit luchtvaartuig;
c. het geven van (visuele) signalen aan een civiel luchtvaartuig.
2. De Master Controller alarmeert de Minister van Justitie en Veiligheid zodra de QRA het luchtruim kiest en hij informeert hem onverwijld en voortdurend over:
a. de reden voor de inzet van de QRA;
b. alle bij de Master Controller bekende informatie over het civiele luchtvaarttuig, waaronder de positie, het type en de vluchtgegevens;
c. de overeenkomstig het eerste lid verstrekte opdrachten, en
d. alle overige bij hem bekende relevante informatie.
3. De Master Controller informeert na de alarmering van de Minister van Justitie en Veiligheid terstond de Minister van Defensie.
a. het luchtruim te kiezen;
b. een civiel luchtvaartuig te naderen ten behoeve van de verificatie van informatie over dit luchtvaartuig;
c. het geven van (visuele) signalen aan een civiel luchtvaartuig.
2. De Master Controller alarmeert de Minister van Justitie en Veiligheid zodra de QRA het luchtruim kiest en hij informeert hem onverwijld en voortdurend over:
a. de reden voor de inzet van de QRA;
b. alle bij de Master Controller bekende informatie over het civiele luchtvaarttuig, waaronder de positie, het type en de vluchtgegevens;
c. de overeenkomstig het eerste lid verstrekte opdrachten, en
d. alle overige bij hem bekende relevante informatie.
3. De Master Controller informeert na de alarmering van de Minister van Justitie en Veiligheid terstond de Minister van Defensie.