BWBR0018217
Geldig vanaf 2012-12-13
Artikel 5
Regeling bijstand bestrijding luchtvaartterrorisme
1. Vanaf het moment dat de NAVO, de Master Controller, dan wel de Minister van Justitie en Veiligheid, overeenkomstig artikel 3, een civiel luchtvaartuig aanmerkt als een terroristische dreiging vanuit de lucht, is de Minister van Justitie en Veiligheid bevoegd via de Master Controller aanwijzingen te geven aan de QRA. Alsdan vindt inzet van de QRA plaats onder verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie en Veiligheid.
2. De Minister van Justitie en Veiligheid kan via de Master Controller de QRA, naast de opdrachten genoemd in artikel 4, eerste lid, met inachtneming van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, opdracht geven tot:
a. het afdwingen van een koerswijziging en/of landing van het civiele luchtvaarttuig zonder het gebruik van geweld;
b. het lossen van een waarschuwingsschot;
c. het geven van gericht vuur.
3. Op de inzet van de QRA voor de bestrijding van luchtvaartterrorisme is een specifieke geweldsinstructie van toepassing. Deze geweldsinstructie is gerubriceerd.
2. De Minister van Justitie en Veiligheid kan via de Master Controller de QRA, naast de opdrachten genoemd in artikel 4, eerste lid, met inachtneming van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, opdracht geven tot:
a. het afdwingen van een koerswijziging en/of landing van het civiele luchtvaarttuig zonder het gebruik van geweld;
b. het lossen van een waarschuwingsschot;
c. het geven van gericht vuur.
3. Op de inzet van de QRA voor de bestrijding van luchtvaartterrorisme is een specifieke geweldsinstructie van toepassing. Deze geweldsinstructie is gerubriceerd.