BWBR0019255
Geldig vanaf 01-01-2006
Artikel 4
Klachtenregeling CWI 2006
1. De verplichting een klacht te behandelen vervalt als deze betrekking heeft op een gedraging:
a. waarover reeds eerder een klacht is ingediend die met inachtneming van paragraaf 3 van de klachtenregeling is behandeld;
b. die langer dan een jaar voor indiening van de klacht heeft plaatsgevonden;
c. waartegen door de klager bezwaar gemaakt had kunnen worden;
d. waartegen door de klager beroep kan of kon worden ingesteld tenzij die gedraging bestaat uit het niet tijdig nemen van een besluit;
e. die door het instellen van een procedure aan het oordeel van een andere rechterlijke instantie dan een administratieve rechter onderworpen is of onderworpen is geweest of;
f. zolang terzake daarvan op bevel van de officier van justitie een opsporingsonderzoek of een vervolging gaande is of als de gedraging deel uitmaakt van de opsporing of vervolging van een strafbaar feit terzake waarvan op bevel van de officier van justitie een opsporingsonderzoek of een vervolging gaande is.
2. De verplichting de klacht te behandelen vervalt als het belang van de klager of het gewicht van de gedraging naar het oordeel van de Raadsman Ombudszaken kennelijk onvoldoende is.
3. Van het niet in behandeling nemen van de klacht stelt de Raadsman Ombudszaken de klager zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het klaagschrift schriftelijk in kennis. In deze kennisgeving wordt de klager gewezen op de mogelijkheid om binnen een jaar na de datum van klachtafhandeling een klacht in te dienen bij de Nationale ombudsman.
a. waarover reeds eerder een klacht is ingediend die met inachtneming van paragraaf 3 van de klachtenregeling is behandeld;
b. die langer dan een jaar voor indiening van de klacht heeft plaatsgevonden;
c. waartegen door de klager bezwaar gemaakt had kunnen worden;
d. waartegen door de klager beroep kan of kon worden ingesteld tenzij die gedraging bestaat uit het niet tijdig nemen van een besluit;
e. die door het instellen van een procedure aan het oordeel van een andere rechterlijke instantie dan een administratieve rechter onderworpen is of onderworpen is geweest of;
f. zolang terzake daarvan op bevel van de officier van justitie een opsporingsonderzoek of een vervolging gaande is of als de gedraging deel uitmaakt van de opsporing of vervolging van een strafbaar feit terzake waarvan op bevel van de officier van justitie een opsporingsonderzoek of een vervolging gaande is.
2. De verplichting de klacht te behandelen vervalt als het belang van de klager of het gewicht van de gedraging naar het oordeel van de Raadsman Ombudszaken kennelijk onvoldoende is.
3. Van het niet in behandeling nemen van de klacht stelt de Raadsman Ombudszaken de klager zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het klaagschrift schriftelijk in kennis. In deze kennisgeving wordt de klager gewezen op de mogelijkheid om binnen een jaar na de datum van klachtafhandeling een klacht in te dienen bij de Nationale ombudsman.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0019255
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl