BWBR0020315
Geldig vanaf 04-10-2006
Artikel 1
Kaderbesluit rechtspositie PO
Tenzij anders vermeld, wordt in dit besluit verstaan onder:
a. school: een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, een school als bedoeld in artikel 1 van Wet op de expertisecentra;
b. betrokkene: een lid van het door het bevoegd gezag benoemde of aangestelde personeel;
c. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
d. bevoegd gezag: wat betreft: 1°. een school: een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
2°. een centrale dienst: het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 69 van de Wet op de expertisecentra;
3°. een regionaal expertisecentrum: het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 28b, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra;
1°. een school: een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
2°. een centrale dienst: het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 69 van de Wet op de expertisecentra;
3°. een regionaal expertisecentrum: het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 28b, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra;
e. normbetrekking: de betrekking of de betrekkingen waarvan de omvang op jaarbasis gelijk is aan 1659 uren en waarbij de gemiddelde weektaak op jaarbasis gelijk is aan 36,86 uren, bedoeld in artikel 2;
f. functie: het samenstel van werkzaamheden door de betrokkene te verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem door het bevoegd gezag is opgedragen;
g. pensioenreglement: het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
h. salaris: het bedrag dat voor de betrokkene is vastgesteld aan de hand van de in bijlage 1 bij dit besluit vermelde reeks van genummerde salarisbedragen.
a. school: een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, een school als bedoeld in artikel 1 van Wet op de expertisecentra;
b. betrokkene: een lid van het door het bevoegd gezag benoemde of aangestelde personeel;
c. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
d. bevoegd gezag: wat betreft: 1°. een school: een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
2°. een centrale dienst: het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 69 van de Wet op de expertisecentra;
3°. een regionaal expertisecentrum: het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 28b, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra;
1°. een school: een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
2°. een centrale dienst: het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 69 van de Wet op de expertisecentra;
3°. een regionaal expertisecentrum: het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 28b, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra;
e. normbetrekking: de betrekking of de betrekkingen waarvan de omvang op jaarbasis gelijk is aan 1659 uren en waarbij de gemiddelde weektaak op jaarbasis gelijk is aan 36,86 uren, bedoeld in artikel 2;
f. functie: het samenstel van werkzaamheden door de betrokkene te verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem door het bevoegd gezag is opgedragen;
g. pensioenreglement: het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
h. salaris: het bedrag dat voor de betrokkene is vastgesteld aan de hand van de in bijlage 1 bij dit besluit vermelde reeks van genummerde salarisbedragen.
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020315
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl