BWBR0020315
Geldig vanaf 04-10-2006
Artikel 10
Kaderbesluit rechtspositie PO
1. Aan de betrokkene die gedurende een kalenderjaar is benoemd of benoemd is geweest in een functie, wordt met inachtneming van het tweede tot en met het vijfde lid een eindejaarsuitkering toegekend.
2. Bij ministeriële regeling worden de hoogte en de berekeningswijze van de in het eerste lid bedoelde uitkering vastgesteld.
3. De eindejaarsuitkering wordt eenmaal per jaar uitbetaald in de maand december over de periode van twaalf maanden die eindigt met de maand december.
4. In afwijking van het derde lid vindt bij ontslag van de betrokkene de uitbetaling plaats over het tijdvak januari tot de datum van ontslag in het desbetreffende kalenderjaar.
5. De uitkering maakt deel uit van het inkomen, bedoeld in het pensioenreglement, voor zover dat door Onze Minister bij ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, wordt bepaald.
2. Bij ministeriële regeling worden de hoogte en de berekeningswijze van de in het eerste lid bedoelde uitkering vastgesteld.
3. De eindejaarsuitkering wordt eenmaal per jaar uitbetaald in de maand december over de periode van twaalf maanden die eindigt met de maand december.
4. In afwijking van het derde lid vindt bij ontslag van de betrokkene de uitbetaling plaats over het tijdvak januari tot de datum van ontslag in het desbetreffende kalenderjaar.
5. De uitkering maakt deel uit van het inkomen, bedoeld in het pensioenreglement, voor zover dat door Onze Minister bij ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, wordt bepaald.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020315
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl