BWBR0020657
Geldig vanaf 2021-12-03
Artikel 2.4d
Regeling inburgering
1. Voor het onderzoek ten behoeve van een advies als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, is door de inburgeringsplichtige een bedrag verschuldigd van € 225,00.
2. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in artikel 2.4ais door de inburgeringsplichtige een bedrag verschuldigd van € 90,00.
3. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in artikel 2.4b, aanhef en onderdelen b en c, is door de inburgeringsplichtige een bedrag verschuldigd van € 150,00.
4. Onder de inburgeringsplichtige, bedoeld in het eerste lid, wordt mede verstaan de inburgeringsplichtige, bedoeld in artikel X, tweede lid, van de Wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige(Stb. 2012, 430), die een ontheffing aanvraagt op grond van de regels gesteld bij of krachtens artikel 6, eerste lid, van de wet, zoals dit luidde op 31 december 2012.
5. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de inburgeringsplichtige terugbetaald indien in het advies, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, wordt geadviseerd de gevraagde ontheffing van de inburgeringsplicht te verlenen dan wel deze niet te verlenen, en tevens wordt geadviseerd de inburgeringsplichtige de examens onder aangepaste examenomstandigheden af te laten leggen.
2. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in artikel 2.4ais door de inburgeringsplichtige een bedrag verschuldigd van € 90,00.
3. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in artikel 2.4b, aanhef en onderdelen b en c, is door de inburgeringsplichtige een bedrag verschuldigd van € 150,00.
4. Onder de inburgeringsplichtige, bedoeld in het eerste lid, wordt mede verstaan de inburgeringsplichtige, bedoeld in artikel X, tweede lid, van de Wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige(Stb. 2012, 430), die een ontheffing aanvraagt op grond van de regels gesteld bij of krachtens artikel 6, eerste lid, van de wet, zoals dit luidde op 31 december 2012.
5. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de inburgeringsplichtige terugbetaald indien in het advies, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, wordt geadviseerd de gevraagde ontheffing van de inburgeringsplicht te verlenen dan wel deze niet te verlenen, en tevens wordt geadviseerd de inburgeringsplichtige de examens onder aangepaste examenomstandigheden af te laten leggen.