BWBR0020828
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 59
Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet
1. Een ontheffing die is verleend van de artikelen 3, 5, eerste lid, en 8b van de Pensioen- en spaarfondsenwetop grond van artikel 29 van de Pensioen- en spaarfondsenwetvervalt een jaar na de datum van inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwet.
2. Een ontheffing die is verleend van artikel 6 van de Pensioen- en spaarfondsenwetop grond van artikel 29 van de Pensioen- en spaarfondsenwetblijft van kracht.
3. Een ontheffing die is verleend van artikel 6a van de Pensioen- en spaarfondsenwetop grond van artikel 29 van de Pensioen- en spaarfondsenwetvervalt een jaar na de datum van inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwet.
4. Een ontheffing die is verleend van artikel 9b, tweede lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwetop grond van artikel 29 van de Pensioen- en spaarfondsenwetblijft van kracht tot 23 september 2010, tenzij een pensioenfonds bijdragen ontvangt van een werkgever uit een andere lidstaat.
5. Een ontheffing die is verleend van artikel 10b, eerste tot en met derde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwetop grond van artikel 29 van de Pensioen- en spaarfondsenwetwordt vanaf de datum van inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwetaangemerkt als een ontheffing die is verleend van artikel 147 van de Pensioenwetop grond van artikel 212 van de Pensioenwet.
6. Een ontheffing die is verleend van artikel 53, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals die luidde voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, op grond van artikel 84 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals die luidde voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, vervalt een jaar na inwerkingtreding van deze wet.
7. Een ontheffing die is verleend van artikel 63, eerste tot en met derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals die luidde voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, op grond van artikel 84 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals die luidde voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, wordt vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als een ontheffing die is verleend van artikel 142 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals dat komt te luiden vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet, op grond van artikel 206 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals dat komt te luiden vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet.
8. Voorschriften die zijn verbonden en beperkingen die zijn gesteld aan een ontheffing die is verleend op grond van de Pensioen- en spaarfondsenwetrespectievelijk de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals deze luidde voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, berusten vanaf de datum van inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwetrespectievelijk vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet op de Pensioenwetrespectievelijk de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
2. Een ontheffing die is verleend van artikel 6 van de Pensioen- en spaarfondsenwetop grond van artikel 29 van de Pensioen- en spaarfondsenwetblijft van kracht.
3. Een ontheffing die is verleend van artikel 6a van de Pensioen- en spaarfondsenwetop grond van artikel 29 van de Pensioen- en spaarfondsenwetvervalt een jaar na de datum van inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwet.
4. Een ontheffing die is verleend van artikel 9b, tweede lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwetop grond van artikel 29 van de Pensioen- en spaarfondsenwetblijft van kracht tot 23 september 2010, tenzij een pensioenfonds bijdragen ontvangt van een werkgever uit een andere lidstaat.
5. Een ontheffing die is verleend van artikel 10b, eerste tot en met derde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwetop grond van artikel 29 van de Pensioen- en spaarfondsenwetwordt vanaf de datum van inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwetaangemerkt als een ontheffing die is verleend van artikel 147 van de Pensioenwetop grond van artikel 212 van de Pensioenwet.
6. Een ontheffing die is verleend van artikel 53, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals die luidde voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, op grond van artikel 84 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals die luidde voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, vervalt een jaar na inwerkingtreding van deze wet.
7. Een ontheffing die is verleend van artikel 63, eerste tot en met derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals die luidde voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, op grond van artikel 84 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals die luidde voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, wordt vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als een ontheffing die is verleend van artikel 142 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals dat komt te luiden vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet, op grond van artikel 206 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals dat komt te luiden vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet.
8. Voorschriften die zijn verbonden en beperkingen die zijn gesteld aan een ontheffing die is verleend op grond van de Pensioen- en spaarfondsenwetrespectievelijk de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zoals deze luidde voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, berusten vanaf de datum van inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwetrespectievelijk vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet op de Pensioenwetrespectievelijk de Wet verplichte beroepspensioenregeling.