BWBR0020828
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 8
Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet
1. Indien uiterlijk op de peildatum een pensioentoezegging als bedoeld in artikel 2 van de Pensioen- en spaarfondsenwetis gedaan aan een directeur-grootaandeelhouder, blijft gedurende een jaar na inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwet, in afwijking van artikel 2, de Pensioen- en spaarfondsenwetvan toepassing op deze pensioentoezegging.
2. De directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in het eerste lid, wiens pensioentoezegging een jaar na de datum van inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwetis ondergebracht bij een pensioenuitvoerder als pensioen in de zin van de Pensioen- en spaarfondsenwet, wordt gelijkgesteld met een werknemer als bedoeld in de Pensioenwet.
3. Indien de pensioentoezegging, bedoeld in het tweede lid, is ondergebracht bij een verzekeraar is er sprake van pensioen in de zin van de Pensioen- en spaarfondsenwetindien de directeur-grootaandeelhouder dit als zodanig heeft aangemerkt.
4. De directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in het eerste lid, wiens pensioentoezegging een jaar na inwerkingtreding van de Pensioenwetovereenkomstig artikel 2, derde lid, onderdeel c, van de Pensioen- en spaarfondsenwetniet is ondergebracht bij een pensioenuitvoerder wordt niet gelijkgesteld met een werknemer in de zin van de Pensioenwet.
5. Indien de in het vierde lid bedoelde toezegging mede een toezegging omtrent partnerpensioen omvat en er uiterlijk een jaar na inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwetsprake is geweest van een scheiding, blijven, in afwijking van artikel 2, de artikelen 8aen 8c, tweede lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwetvan toepassing.
2. De directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in het eerste lid, wiens pensioentoezegging een jaar na de datum van inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwetis ondergebracht bij een pensioenuitvoerder als pensioen in de zin van de Pensioen- en spaarfondsenwet, wordt gelijkgesteld met een werknemer als bedoeld in de Pensioenwet.
3. Indien de pensioentoezegging, bedoeld in het tweede lid, is ondergebracht bij een verzekeraar is er sprake van pensioen in de zin van de Pensioen- en spaarfondsenwetindien de directeur-grootaandeelhouder dit als zodanig heeft aangemerkt.
4. De directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in het eerste lid, wiens pensioentoezegging een jaar na inwerkingtreding van de Pensioenwetovereenkomstig artikel 2, derde lid, onderdeel c, van de Pensioen- en spaarfondsenwetniet is ondergebracht bij een pensioenuitvoerder wordt niet gelijkgesteld met een werknemer in de zin van de Pensioenwet.
5. Indien de in het vierde lid bedoelde toezegging mede een toezegging omtrent partnerpensioen omvat en er uiterlijk een jaar na inwerkingtreding van artikel 1 van de Pensioenwetsprake is geweest van een scheiding, blijven, in afwijking van artikel 2, de artikelen 8aen 8c, tweede lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwetvan toepassing.