BWBR0020871
Geldig vanaf 2018-12-06
Artikel 15c
Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen
1. Artikel 137, tweede lid, onderdelen a en b, van de Pensioenwetdan wel artikel 132, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet verplichte beroepspensioenregelingis niet van toepassing indien een fonds:
a. naar verwachting zal overgaan op een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m van de Pensioenwet dan wel artikel 145l van de Wet verplichte beroepspensioenregeling die ertoe strekt om in verband met een collectieve wijziging van de pensioenovereenkomsten dan wel een wijziging van de beroepspensioenregeling de waarde van de pensioenaanspraken of pensioenrechten aan te wenden bij het fonds overeenkomstig de gewijzigde pensioenovereenkomsten of beroepspensioenregeling;
b. niet op 1 juli 2025 een implementatieplan heeft ingediend bij de toezichthouder; en
c. voldoet aan de nadere voorwaarden in dit artikel.
2. Er wordt geen toeslag verleend bij een beleidsdekkingsgraad onder 105%.
3. Er wordt geen toeslag verleend bij een dekkingsgraad onder de 105% en indien de dekkingsgraad van het fonds door de toeslagverlening lager wordt dan 105%.
4. Een fonds dat bij de toeslagverlening gebruik maakt van de regeling in dit artikel:
a. onderbouwt de verwachting dat het zal overgaan tot collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m van de Pensioenwet dan wel artikel 145l van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;
b. onderbouwt waarom de toeslagverlening plaatsvindt vanuit het belang van deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden; en
c. beschrijft kwantitatief de generatie-effecten van de toeslagverlening waarbij onderscheid wordt gemaakt naar leeftijdscohorten per geboortejaar in hele jaren, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om andere leeftijdscohorten te hanteren en toegelicht wordt dat daarbij sprake is van voldoende representativiteit en voldoende onderscheidende verschillen.
5. Het fonds informeert het verantwoordingsorgaan of belanghebbendenorgaan zo spoedig mogelijk over het besluit tot toeslagverlening en verstrekt daarbij de gegevens, bedoeld in het vierde lid.
6. Het fonds stelt informatie over het besluit tot toeslagverlening en de onderbouwing daarvan tijdig ter beschikking van deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden of verstrekt deze informatie tijdig.
7. Toepassing van dit artikel kan in afwijking van artikel 16, vierde lid.
8. Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
a. naar verwachting zal overgaan op een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m van de Pensioenwet dan wel artikel 145l van de Wet verplichte beroepspensioenregeling die ertoe strekt om in verband met een collectieve wijziging van de pensioenovereenkomsten dan wel een wijziging van de beroepspensioenregeling de waarde van de pensioenaanspraken of pensioenrechten aan te wenden bij het fonds overeenkomstig de gewijzigde pensioenovereenkomsten of beroepspensioenregeling;
b. niet op 1 juli 2025 een implementatieplan heeft ingediend bij de toezichthouder; en
c. voldoet aan de nadere voorwaarden in dit artikel.
2. Er wordt geen toeslag verleend bij een beleidsdekkingsgraad onder 105%.
3. Er wordt geen toeslag verleend bij een dekkingsgraad onder de 105% en indien de dekkingsgraad van het fonds door de toeslagverlening lager wordt dan 105%.
4. Een fonds dat bij de toeslagverlening gebruik maakt van de regeling in dit artikel:
a. onderbouwt de verwachting dat het zal overgaan tot collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m van de Pensioenwet dan wel artikel 145l van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;
b. onderbouwt waarom de toeslagverlening plaatsvindt vanuit het belang van deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden; en
c. beschrijft kwantitatief de generatie-effecten van de toeslagverlening waarbij onderscheid wordt gemaakt naar leeftijdscohorten per geboortejaar in hele jaren, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om andere leeftijdscohorten te hanteren en toegelicht wordt dat daarbij sprake is van voldoende representativiteit en voldoende onderscheidende verschillen.
5. Het fonds informeert het verantwoordingsorgaan of belanghebbendenorgaan zo spoedig mogelijk over het besluit tot toeslagverlening en verstrekt daarbij de gegevens, bedoeld in het vierde lid.
6. Het fonds stelt informatie over het besluit tot toeslagverlening en de onderbouwing daarvan tijdig ter beschikking van deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden of verstrekt deze informatie tijdig.
7. Toepassing van dit artikel kan in afwijking van artikel 16, vierde lid.
8. Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.