BWBR0020871
Geldig vanaf 2018-12-06
Artikel 34
Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen
1. De Nederlandsche Bank verstrekt de in artikel 203 van de Pensioenwetof artikel 197 van de Wet verplichte beroepspensioenregelingbedoelde gegevens op verzoek aan:
a. de Sociaal Economische Raad;
b. de Stichting van de Arbeid; en
c. het Centraal Planbureau.
2. De Nederlandsche Bank kan de in artikel 203 van de Pensioenwetof artikel 197 van de Wet verplichte beroepspensioenregelingbedoelde gegevens verstrekken aan:
a. de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen;
b. de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen;
c. het Verbond van Verzekeraars; en
d. de Unie van Beroepspensioenfondsen;
voor zover het gegevens betreft van de bij de betreffende organisatie aangesloten pensioenuitvoerders en die pensioenuitvoerders daarmee hebben ingestemd.
3. De Nederlandsche Bank kan de in het eerste lid bedoelde gegevens verstrekken aan derden.
4. Onze Minister kan regels stellen ten aanzien van de gegevensverstrekking, bedoeld in het eerste en tweede lid.
a. de Sociaal Economische Raad;
b. de Stichting van de Arbeid; en
c. het Centraal Planbureau.
2. De Nederlandsche Bank kan de in artikel 203 van de Pensioenwetof artikel 197 van de Wet verplichte beroepspensioenregelingbedoelde gegevens verstrekken aan:
a. de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen;
b. de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen;
c. het Verbond van Verzekeraars; en
d. de Unie van Beroepspensioenfondsen;
voor zover het gegevens betreft van de bij de betreffende organisatie aangesloten pensioenuitvoerders en die pensioenuitvoerders daarmee hebben ingestemd.
3. De Nederlandsche Bank kan de in het eerste lid bedoelde gegevens verstrekken aan derden.
4. Onze Minister kan regels stellen ten aanzien van de gegevensverstrekking, bedoeld in het eerste en tweede lid.