BWBR0020969
Geldig vanaf 10-01-2007
Artikel 5
Regeling ‘administratie en declaratievoorschriften geïntegreerde eerstelijnszorg en innovatie’
1. Algemene declaratiebepalingen voor het in rekening brengen van zowel de modules ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ als de prestatie ‘innovatie’:
1.1. De zorgaanbieder of hoofddeclarant dient op de declaratie onderscheid te maken tussen verzekerde zorg onder de zorgverzekering, de aanvullende verzekering en de AWBZ.
1.2. De zorgaanbieder of hoofddeclarant, mag geen verrichte prestatie met de modules ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ en de prestatie ‘innovatie’ declareren die op andere wijze is of wordt gedeclareerd.
2. Declaratiebepalingen voor het in rekening brengen van de modules ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’:
2.1. De hoofddeclarant van de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden met een rechtspersoonlijkheid’ en de hoofddeclarant van de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden zonder een rechtspersoonlijkheid’ declareren aan een ziektekostenverzekeraar met wie een overeenkomst is gesloten.
2.2. De hoofddeclarant maakt met de zorgaanbieders binnen een samenwerkingsverband afspraken over de onderlinge verdeling van een module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’.
2.3. De hoofddeclarant declareert bij de ziektekostenverzekeraar één keer per kwartaal de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden met een rechtspersoonlijkheid’ of module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden zonder een rechtspersoonlijkheid’ per verzekerde. Hierbij declareert de hoofddeclarant alleen voor die verzekerden de module die ingeschreven staan bij de huisarts(en) die onderdeel uitmaakt van het structurele multidisciplinaire samenwerkingsverband waarvoor de hoofddeclarant declareert.
2.4. De hoofddeclarant declareert 2.4.1. de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden met een rechtspersoonlijkheid’ op basis van code 11600
2.4.2. of de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden zonder een rechtspersoonlijkheid’ op basis van code 11601.
2.4.1. de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden met een rechtspersoonlijkheid’ op basis van code 11600
2.4.2. of de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden zonder een rechtspersoonlijkheid’ op basis van code 11601.
3. Declaratiebepalingen voor het in rekening brengen van de prestatie ‘innovatie’:
3.1. De zorgaanbieder declareert uitsluitend de prestatie ‘innovatie’ aan een ziektekostenverzekeraar met wie daartoe een rechtsgeldige overeenkomst is gesloten of aan een verzekerde die een daartoe strekkende verzekeringsovereenkomst heeft gesloten bij die ziektekostenverzekeraar.
3.2. De hoofddeclarant maakt met de zorgaanbieders in geval van een samenwerkingsverband, waaronder een samenwerkingsverband anders dan een samenwerkingsverband zoals bedoeld in het kader van de modules ‘geïntegreerde eerstelijnszorg valt, afspraken over de onderlinge verdeling van de prestatie ‘innovatie.
3.3. De zorgaanbieder declareert uitsluitend onder de prestatie ‘innovatie’ zorg of diensten als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten indien 3.3.1. deze deel uitmaken van een zorgketen die ook zorg of diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet bevat of handelingen op het gebied van de gezondheidszorg als bedoeld in artikel 1, onder b, sub 2, van de Wet marktordening gezondheidszorg.
3.3.1. deze deel uitmaken van een zorgketen die ook zorg of diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet bevat of handelingen op het gebied van de gezondheidszorg als bedoeld in artikel 1, onder b, sub 2, van de Wet marktordening gezondheidszorg.
3.4. De afbakening in 5.9 geldt niet in geval van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg als bedoeld in artikel 2.5.9 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet en zorg als bedoeld in artikel 4.3 van het Besluit zorgverzekering.
3.5. De zorgaanbieder declareert de prestatie ‘innovatie’ met een code binnen het bereik van 15000 t/m 15999 op basis van de procedure zoals door Vektis beschreven.
1.1. De zorgaanbieder of hoofddeclarant dient op de declaratie onderscheid te maken tussen verzekerde zorg onder de zorgverzekering, de aanvullende verzekering en de AWBZ.
1.2. De zorgaanbieder of hoofddeclarant, mag geen verrichte prestatie met de modules ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ en de prestatie ‘innovatie’ declareren die op andere wijze is of wordt gedeclareerd.
2. Declaratiebepalingen voor het in rekening brengen van de modules ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’:
2.1. De hoofddeclarant van de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden met een rechtspersoonlijkheid’ en de hoofddeclarant van de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden zonder een rechtspersoonlijkheid’ declareren aan een ziektekostenverzekeraar met wie een overeenkomst is gesloten.
2.2. De hoofddeclarant maakt met de zorgaanbieders binnen een samenwerkingsverband afspraken over de onderlinge verdeling van een module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’.
2.3. De hoofddeclarant declareert bij de ziektekostenverzekeraar één keer per kwartaal de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden met een rechtspersoonlijkheid’ of module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden zonder een rechtspersoonlijkheid’ per verzekerde. Hierbij declareert de hoofddeclarant alleen voor die verzekerden de module die ingeschreven staan bij de huisarts(en) die onderdeel uitmaakt van het structurele multidisciplinaire samenwerkingsverband waarvoor de hoofddeclarant declareert.
2.4. De hoofddeclarant declareert 2.4.1. de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden met een rechtspersoonlijkheid’ op basis van code 11600
2.4.2. of de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden zonder een rechtspersoonlijkheid’ op basis van code 11601.
2.4.1. de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden met een rechtspersoonlijkheid’ op basis van code 11600
2.4.2. of de module ‘geïntegreerde eerstelijnszorg’ voor samenwerkingsverbanden zonder een rechtspersoonlijkheid’ op basis van code 11601.
3. Declaratiebepalingen voor het in rekening brengen van de prestatie ‘innovatie’:
3.1. De zorgaanbieder declareert uitsluitend de prestatie ‘innovatie’ aan een ziektekostenverzekeraar met wie daartoe een rechtsgeldige overeenkomst is gesloten of aan een verzekerde die een daartoe strekkende verzekeringsovereenkomst heeft gesloten bij die ziektekostenverzekeraar.
3.2. De hoofddeclarant maakt met de zorgaanbieders in geval van een samenwerkingsverband, waaronder een samenwerkingsverband anders dan een samenwerkingsverband zoals bedoeld in het kader van de modules ‘geïntegreerde eerstelijnszorg valt, afspraken over de onderlinge verdeling van de prestatie ‘innovatie.
3.3. De zorgaanbieder declareert uitsluitend onder de prestatie ‘innovatie’ zorg of diensten als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten indien 3.3.1. deze deel uitmaken van een zorgketen die ook zorg of diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet bevat of handelingen op het gebied van de gezondheidszorg als bedoeld in artikel 1, onder b, sub 2, van de Wet marktordening gezondheidszorg.
3.3.1. deze deel uitmaken van een zorgketen die ook zorg of diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet bevat of handelingen op het gebied van de gezondheidszorg als bedoeld in artikel 1, onder b, sub 2, van de Wet marktordening gezondheidszorg.
3.4. De afbakening in 5.9 geldt niet in geval van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg als bedoeld in artikel 2.5.9 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet en zorg als bedoeld in artikel 4.3 van het Besluit zorgverzekering.
3.5. De zorgaanbieder declareert de prestatie ‘innovatie’ met een code binnen het bereik van 15000 t/m 15999 op basis van de procedure zoals door Vektis beschreven.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020969
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl