BWBR0022005
Geldig vanaf 27-07-2007
Artikel 5
Uitvoeringsregeling Lange Speelfilm
5.1. De hoogte van de te verlenen subsidie is niet gebonden aan een maximum onverminderd het bepaalde in het tweede tot en met het vierde lid van dit artikel.
5.2. Voor een lange speelfilm waarvoor een ander Nederlands bestuursorgaan en/of het Fonds, op grond van een andere dan de onderhavige regeling, een financiële bijdrage heeft verleend, kan krachtens deze regeling slechts een zodanig bedrag aan subsidie worden verleend dat het totaal van de verleende financiële bijdragen niet meer bedraagt dan 50% van de productiekosten.
5.3. Voor een low budget-film in de zin van een speelfilm waarvan de productiekosten ten hoogste € 2.000.000,– bedragen of voor een moeilijke film in de zin van een lange speelfilm
– die overwegend is gericht op het Nederlandse taalgebied
– en derhalve beperkte commerciële waarde heeft
– en waaraan een schriftelijke visie van de makers ten grondslag ligt waaruit naar het oordeel van het Fonds blijkt dat de subsidieaanvraag een project betreft dat niet alleen bijdraagt aan de diversiteit van film in Nederland, maar ook een opvallende artistieke verrijking danwel innovatieve aanvulling betekent op het reguliere filmaanbod in Nederland,
bedraagt het in het tweede lid bedoelde percentage ten hoogste 75%.
5.4. Voor een moeilijke film in de zin van een onconventionele, grensverleggende en experimentele speelfilm met een naar verwachting lage acceptatiegraad van de markt, bedraagt het in het tweede lid bedoelde percentage ten hoogste 85%, ongeacht de hoogte van de productiekosten.
5.2. Voor een lange speelfilm waarvoor een ander Nederlands bestuursorgaan en/of het Fonds, op grond van een andere dan de onderhavige regeling, een financiële bijdrage heeft verleend, kan krachtens deze regeling slechts een zodanig bedrag aan subsidie worden verleend dat het totaal van de verleende financiële bijdragen niet meer bedraagt dan 50% van de productiekosten.
5.3. Voor een low budget-film in de zin van een speelfilm waarvan de productiekosten ten hoogste € 2.000.000,– bedragen of voor een moeilijke film in de zin van een lange speelfilm
– die overwegend is gericht op het Nederlandse taalgebied
– en derhalve beperkte commerciële waarde heeft
– en waaraan een schriftelijke visie van de makers ten grondslag ligt waaruit naar het oordeel van het Fonds blijkt dat de subsidieaanvraag een project betreft dat niet alleen bijdraagt aan de diversiteit van film in Nederland, maar ook een opvallende artistieke verrijking danwel innovatieve aanvulling betekent op het reguliere filmaanbod in Nederland,
bedraagt het in het tweede lid bedoelde percentage ten hoogste 75%.
5.4. Voor een moeilijke film in de zin van een onconventionele, grensverleggende en experimentele speelfilm met een naar verwachting lage acceptatiegraad van de markt, bedraagt het in het tweede lid bedoelde percentage ten hoogste 85%, ongeacht de hoogte van de productiekosten.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022005
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl