BWBR0022372
Geldig vanaf 28-07-2007
Artikel 3
Verordening HPA vezelvlas en vezelhennep 2006
1. De erkenning als verwerker bedoeld in de artikelen 3 en 17, tweede lid, van de commissieverordening wordt bij het hoofdproductschap aangevraagd door middel van een bij het hoofdproductschap te verkrijgen formulier. De erkenning wordt door het hoofdproductschap verleend en kan worden ingetrokken overeenkomstig het bepaalde in de EG-verordeningen.
2. De erkenning als importeur bedoeld in artikel 17bis, tweede lid, van de commissieverordening, wordt bij het hoofdproductschap aangevraagd door middel van een bij het hoofdproductschap te verkrijgen formulier. De erkenning wordt door het hoofdproductschap verleend nadat is geverifieerd dat aan alle in het derde lid gestelde voorwaarden is voldaan.
3. a. De erkenning als importeur wordt slechts verleend aan in Nederland gevestigde importeurs die ten genoegen van het hoofdproductschap een voldoende activiteit gedurende 12 maanden, voorafgaand aan de erkenningsaanvraag, kunnen aantonen in de handel in granen, zaden en of peulvruchten ten behoeve van diervoeders, dan wel bewijsstukken, waaronder een bedrijfsplan, kunnen overleggen waaruit blijkt dat de genoemde activiteiten op korte termijn zullen worden gestart;
b. De erkenning wordt tevens verleend aan in Nederland gevestigde organisaties die kunnen aantonen hennepzaad te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek en in dat kader in aanmerking willen komen voor een erkenning als importeur.
4. De erkende importeur is verplicht:
a. volledig en naar waarheid een voorraadboekhouding te voeren waarin worden opgenomen de aangevoerde partijen, de be- of verwerkte partijen en de afgeleverde partijen;
b. binnen 3 maanden na de in artikel 17bis, tweede lid, tweede alinea van de commissieverordening genoemde termijn van 12 maanden, verklaringen te overleggen waaruit blijkt dat de ingevoerde partijen, waarvoor een certificaat, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de raadsverordening, is afgegeven, voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in voornoemd artikel 17bis, tweede lid, tweede alinea;
c. de onder a. bedoelde voorraadboekhouding en overige bewijsstukken over te leggen aan de met controle en/of uitvoering van deze verordening belaste instanties, indien deze zulks verzoeken;
d. alle op de voorraadboekhouding onderscheidenlijk administratie betrekking hebbende bescheiden gedurende een periode van ten minste 5 jaar in chronologische volgorde te bewaren.
5. Overeenkomstig artikel 17bis, tweede lid, derde alinea van de commissieverordening kan het hoofdproductschap op verzoek van de erkende importeur overgaan tot verlenging van de in het vierde lid onder b genoemde termijn van 12 maanden met één of twee periodes van 6 maanden.
6. Indien niet wordt voldaan aan een of meer voorwaarden, genoemd in het vierde lid, wordt
a. in geval van een in Nederland gevestigde importeur, de erkenning door het hoofdproductschap ingetrokken voor een door het hoofdproductschap naar gelang van de aard van de overtreding vast te stellen periode, gedurende welke geen certificaten voor de invoer van niet voor de inzaai bestemd hennepzaad kunnen worden aangevraagd, maar reeds afgegeven certificaten wel mogen worden benut;
b. in geval van een in een andere Lidstaat gevestigde importeur, de bevoegde autoriteit van die Lidstaat hiervan in kennis gesteld.
7. Het certificaat, bedoel in het vierde lid, onder b, moet door de importeur worden aangevraagd bij het hoofdproductschap. Het certificaat wordt afgegeven door het hoofdproductschap overeenkomstig het bepaalde in de EG-verordeningen en is geldig tot en met een kwartaal na het kwartaal van afgifte. Het certificaat moet bij invoer aan de douane worden overgelegd ter afschrijving en moet worden teruggezonden naar het hoofdproductschap binnen twee maanden na afloop van het kwartaal, waarin de geldigheidsduur van het certificaat is verstreken. Indien de ingevoerde hoeveelheid ten hoogste 5% hoger is dan de op het certificaat genoemde hoeveelheid, wordt zij beschouwd als op grond van dat certificaat te zijn ingevoerd.
2. De erkenning als importeur bedoeld in artikel 17bis, tweede lid, van de commissieverordening, wordt bij het hoofdproductschap aangevraagd door middel van een bij het hoofdproductschap te verkrijgen formulier. De erkenning wordt door het hoofdproductschap verleend nadat is geverifieerd dat aan alle in het derde lid gestelde voorwaarden is voldaan.
3. a. De erkenning als importeur wordt slechts verleend aan in Nederland gevestigde importeurs die ten genoegen van het hoofdproductschap een voldoende activiteit gedurende 12 maanden, voorafgaand aan de erkenningsaanvraag, kunnen aantonen in de handel in granen, zaden en of peulvruchten ten behoeve van diervoeders, dan wel bewijsstukken, waaronder een bedrijfsplan, kunnen overleggen waaruit blijkt dat de genoemde activiteiten op korte termijn zullen worden gestart;
b. De erkenning wordt tevens verleend aan in Nederland gevestigde organisaties die kunnen aantonen hennepzaad te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek en in dat kader in aanmerking willen komen voor een erkenning als importeur.
4. De erkende importeur is verplicht:
a. volledig en naar waarheid een voorraadboekhouding te voeren waarin worden opgenomen de aangevoerde partijen, de be- of verwerkte partijen en de afgeleverde partijen;
b. binnen 3 maanden na de in artikel 17bis, tweede lid, tweede alinea van de commissieverordening genoemde termijn van 12 maanden, verklaringen te overleggen waaruit blijkt dat de ingevoerde partijen, waarvoor een certificaat, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de raadsverordening, is afgegeven, voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in voornoemd artikel 17bis, tweede lid, tweede alinea;
c. de onder a. bedoelde voorraadboekhouding en overige bewijsstukken over te leggen aan de met controle en/of uitvoering van deze verordening belaste instanties, indien deze zulks verzoeken;
d. alle op de voorraadboekhouding onderscheidenlijk administratie betrekking hebbende bescheiden gedurende een periode van ten minste 5 jaar in chronologische volgorde te bewaren.
5. Overeenkomstig artikel 17bis, tweede lid, derde alinea van de commissieverordening kan het hoofdproductschap op verzoek van de erkende importeur overgaan tot verlenging van de in het vierde lid onder b genoemde termijn van 12 maanden met één of twee periodes van 6 maanden.
6. Indien niet wordt voldaan aan een of meer voorwaarden, genoemd in het vierde lid, wordt
a. in geval van een in Nederland gevestigde importeur, de erkenning door het hoofdproductschap ingetrokken voor een door het hoofdproductschap naar gelang van de aard van de overtreding vast te stellen periode, gedurende welke geen certificaten voor de invoer van niet voor de inzaai bestemd hennepzaad kunnen worden aangevraagd, maar reeds afgegeven certificaten wel mogen worden benut;
b. in geval van een in een andere Lidstaat gevestigde importeur, de bevoegde autoriteit van die Lidstaat hiervan in kennis gesteld.
7. Het certificaat, bedoel in het vierde lid, onder b, moet door de importeur worden aangevraagd bij het hoofdproductschap. Het certificaat wordt afgegeven door het hoofdproductschap overeenkomstig het bepaalde in de EG-verordeningen en is geldig tot en met een kwartaal na het kwartaal van afgifte. Het certificaat moet bij invoer aan de douane worden overgelegd ter afschrijving en moet worden teruggezonden naar het hoofdproductschap binnen twee maanden na afloop van het kwartaal, waarin de geldigheidsduur van het certificaat is verstreken. Indien de ingevoerde hoeveelheid ten hoogste 5% hoger is dan de op het certificaat genoemde hoeveelheid, wordt zij beschouwd als op grond van dat certificaat te zijn ingevoerd.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022372
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl