BWBR0022372
Geldig vanaf 28-07-2007
Artikel 6
Verordening HPA vezelvlas en vezelhennep 2006
1. Om voor subsidie in aanmerking te komen, moeten de verwerker onderscheidenlijk de gelijkgestelde teler binnen de in de EG-verordeningen gestelde termijnen bij het hoofdproductschap de volgende, bij het hoofdproductschap te verkrijgen en door de verwerker onderscheidenlijk gelijkgestelde teler volledig ingevulde en ondertekende documenten indienen:
a. een kopie van de koopcontracten, de loonverwerkingscontracten en de verwerkingsverbintenissen;
b. een steunaanvraag voor de totale oppervlakten, waarop de in het eerste lid genoemde documenten betrekking hebben;
c. verwerkstaten.
Deze documenten moeten voor vlas en hennep afzonderlijk worden ingediend en dienen vergezeld te gaan van alle bewijsstukken waarvan zulks wordt verlangd bij of krachtens de EG-verordeningen en deze verordening.
2. De identificatie van het betrokken perceel als bedoeld in artikel 5 onder c van de commissieverordening geschiedt door vermelding van het volgnummer van het perceel, dat door de landbouwerd is vermeld op de verzamelaanvraag, ingediend in het jaar waarop de documenten, bedoeld in het eerste lid onder a, betrekking hebben.
3. De gelijkgestelde teler dient tegelijk met de verwerkstaat de in artikel 6, tweede lid, voorlaatste alinea, tweede volzin, van de commissieverordening genoemde documenten te overleggen ten bewijze dat de vezels in de handel zijn gebracht. Het in genoemd lid bedoelde certificaat kan door de verwerker bij het hoofdproductschap worden aangevraagd.
4. De verwerker moet binnen de in de EG-verordeningen gestelde termijn aan het hoofdproductschap mededelen:
– de bestemming/gebruiksdoeleinden van de vezels,
– de per maand verkochte hoeveelheden en daarmee corresponderende prijzen,
– de voorraden aan vezels aan het einde van de maand.
a. een kopie van de koopcontracten, de loonverwerkingscontracten en de verwerkingsverbintenissen;
b. een steunaanvraag voor de totale oppervlakten, waarop de in het eerste lid genoemde documenten betrekking hebben;
c. verwerkstaten.
Deze documenten moeten voor vlas en hennep afzonderlijk worden ingediend en dienen vergezeld te gaan van alle bewijsstukken waarvan zulks wordt verlangd bij of krachtens de EG-verordeningen en deze verordening.
2. De identificatie van het betrokken perceel als bedoeld in artikel 5 onder c van de commissieverordening geschiedt door vermelding van het volgnummer van het perceel, dat door de landbouwerd is vermeld op de verzamelaanvraag, ingediend in het jaar waarop de documenten, bedoeld in het eerste lid onder a, betrekking hebben.
3. De gelijkgestelde teler dient tegelijk met de verwerkstaat de in artikel 6, tweede lid, voorlaatste alinea, tweede volzin, van de commissieverordening genoemde documenten te overleggen ten bewijze dat de vezels in de handel zijn gebracht. Het in genoemd lid bedoelde certificaat kan door de verwerker bij het hoofdproductschap worden aangevraagd.
4. De verwerker moet binnen de in de EG-verordeningen gestelde termijn aan het hoofdproductschap mededelen:
– de bestemming/gebruiksdoeleinden van de vezels,
– de per maand verkochte hoeveelheden en daarmee corresponderende prijzen,
– de voorraden aan vezels aan het einde van de maand.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022372
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl