BWBR0022612
Geldig vanaf 2009-08-26
Artikel 12
Besluit gegevens scheepvaart 2007
1. De bevoegde autoriteit geeft slechts inzage in RIS-gegevens of verstrekt deze aan:
a. ambtenaren die als toezichthouder belast zijn met het toezicht op de naleving van de Wet bescherming persoonsgegevens en de Scheepvaartverkeerswet voor zover gericht naar gegevens wordt gevraagd;
b. ambtenaren die belast zijn met de opsporing van strafbare feiten bij of krachtens in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering;
c. ambtenaren aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
d. een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht indien deze verzekeraar aannemelijk maakt gegevens nodig te hebben voor het behartigen van de belangen van een RIS-gebruiker die bij hem verzekerd is en nadat deze verzekerde daarvoor toestemming heeft verleend;
e. een advocaat indien deze aannemelijk maakt de gegevens nodig te hebben voor het behartigen van de belangen van een RIS-gebruiker die zijn cliënt is, en
f. het Centraal Bureau voor de Statistiek, voor zover hiervoor bij of krachtens een wettelijke voorschrift een verplichting bestaat.
2. Een verzoek om inzage of verstrekking van gegevens wordt schriftelijk ingediend.
3. Aan de inzage of verstrekking kan de bevoegde autoriteit voorwaarden verbinden.
4. Bij het ter inzage geven of verstrekken van persoonsgegevens worden gegevens van andere personen voor zover mogelijk anoniem gemaakt.
5. Na inzage of verstrekking van gegevens wordt schriftelijk vastgelegd:
a. de naam van de RIS-gebruiker waarop de gegevens betrekking hebben;
b. de wijze van inzage of verstrekking;
c. het tijdstip;
d. welke gegevens het betrof, en
e. naam en adres van de verzoeker.
a. ambtenaren die als toezichthouder belast zijn met het toezicht op de naleving van de Wet bescherming persoonsgegevens en de Scheepvaartverkeerswet voor zover gericht naar gegevens wordt gevraagd;
b. ambtenaren die belast zijn met de opsporing van strafbare feiten bij of krachtens in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering;
c. ambtenaren aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
d. een verzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht indien deze verzekeraar aannemelijk maakt gegevens nodig te hebben voor het behartigen van de belangen van een RIS-gebruiker die bij hem verzekerd is en nadat deze verzekerde daarvoor toestemming heeft verleend;
e. een advocaat indien deze aannemelijk maakt de gegevens nodig te hebben voor het behartigen van de belangen van een RIS-gebruiker die zijn cliënt is, en
f. het Centraal Bureau voor de Statistiek, voor zover hiervoor bij of krachtens een wettelijke voorschrift een verplichting bestaat.
2. Een verzoek om inzage of verstrekking van gegevens wordt schriftelijk ingediend.
3. Aan de inzage of verstrekking kan de bevoegde autoriteit voorwaarden verbinden.
4. Bij het ter inzage geven of verstrekken van persoonsgegevens worden gegevens van andere personen voor zover mogelijk anoniem gemaakt.
5. Na inzage of verstrekking van gegevens wordt schriftelijk vastgelegd:
a. de naam van de RIS-gebruiker waarop de gegevens betrekking hebben;
b. de wijze van inzage of verstrekking;
c. het tijdstip;
d. welke gegevens het betrof, en
e. naam en adres van de verzoeker.