BWBR0023512
Geldig vanaf 10-02-2008
Artikel 4
Verordening hygiënevoorschriften pluimveeverwerkende industrie (PPE) 2007
1. De ondernemer die een slachterij uitoefent dient elk koppel te slachten pluimvee direct na de aflevering op de slachterij te onderzoeken of te laten onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella en Campylobacter door middel van monstername.
2. De ondernemer die een slachterij uitoefent dient het geslachte pluimvee en het uitgesneden en uitgebeende pluimveevlees te onderzoeken ofte laten onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella en Campylobacter door middel van monstername.
3. De ondernemer die een uitsnijderij uitoefent dient het uitgesneden en versneden pluimveevlees te onderzoeken ofte laten onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella door middel van monstername.
4. De ondernemer laat de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde monsters analyseren, en wanneer deze Salmonella-positief zijn serotyperen, door een door de voorzitter erkend laboratorium.
5. De ondernemer die een slachterij uitoefent neemt van de gereinigde kratten en containers waarin het pluimvee is aangevoerd dagelijks een monster, dat hij onderzoekt of laat onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella en dat hij laat analyseren door een door de voorzitter erkend laboratorium.
6. Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast ten aanzien van het bepaalde in het eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid.
2. De ondernemer die een slachterij uitoefent dient het geslachte pluimvee en het uitgesneden en uitgebeende pluimveevlees te onderzoeken ofte laten onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella en Campylobacter door middel van monstername.
3. De ondernemer die een uitsnijderij uitoefent dient het uitgesneden en versneden pluimveevlees te onderzoeken ofte laten onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella door middel van monstername.
4. De ondernemer laat de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde monsters analyseren, en wanneer deze Salmonella-positief zijn serotyperen, door een door de voorzitter erkend laboratorium.
5. De ondernemer die een slachterij uitoefent neemt van de gereinigde kratten en containers waarin het pluimvee is aangevoerd dagelijks een monster, dat hij onderzoekt of laat onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella en dat hij laat analyseren door een door de voorzitter erkend laboratorium.
6. Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast ten aanzien van het bepaalde in het eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0023512
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl