BWBR0025028
Geldig vanaf 2020-09-30
Artikel 6.2
Mediawet 2008
1. Als een politieke partij op grond van de artikelen 137c, 137d, 137e, 137f, 137gof 429quater van het Wetboek van Strafrechtis veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete, wijst het Commissariaat in afwijking van artikel 6.1, eerste en tweede lid, aan deze politieke partij geen uren toe gedurende een periode die ingaat op de dag waarop de veroordeling onherroepelijk is geworden. Deze periode is:
a. één jaar, bij een geldboete van minder dan € 1 125;
b. twee jaar, bij een geldboete van € 1 125 of meer, maar minder dan € 2 250;
c. drie jaar, bij een geldboete van € 2 250 of meer, maar minder dan € 3 375; en
d. vier jaar, bij een geldboete van € 3 375 of meer.
2. Als een politieke partij is veroordeeld wegens een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrechtis, wijst het Commissariaat in afwijking van artikel 6.1, eerste en tweede lid, aan deze politieke partij geen uren toe gedurende een periode van vier jaar die ingaat op de dag waarop de veroordeling onherroepelijk is geworden.
3. Als aan de lijst van een politieke partij aan de lijst waarvan op de dag waarop de veroordeling onherroepelijk wordt op grond van de Kieswetgeen zetels zijn toegewezen, op grond van een verkiezing die plaatsvindt binnen een periode van twee jaar na die dag één of meer zetels worden toegewezen, gaat de periode gedurende welke aan deze politieke partij geen uren als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, worden toegewezen, in op de dag waarop de verkiezing heeft plaatsgevonden.
a. één jaar, bij een geldboete van minder dan € 1 125;
b. twee jaar, bij een geldboete van € 1 125 of meer, maar minder dan € 2 250;
c. drie jaar, bij een geldboete van € 2 250 of meer, maar minder dan € 3 375; en
d. vier jaar, bij een geldboete van € 3 375 of meer.
2. Als een politieke partij is veroordeeld wegens een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrechtis, wijst het Commissariaat in afwijking van artikel 6.1, eerste en tweede lid, aan deze politieke partij geen uren toe gedurende een periode van vier jaar die ingaat op de dag waarop de veroordeling onherroepelijk is geworden.
3. Als aan de lijst van een politieke partij aan de lijst waarvan op de dag waarop de veroordeling onherroepelijk wordt op grond van de Kieswetgeen zetels zijn toegewezen, op grond van een verkiezing die plaatsvindt binnen een periode van twee jaar na die dag één of meer zetels worden toegewezen, gaat de periode gedurende welke aan deze politieke partij geen uren als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, worden toegewezen, in op de dag waarop de verkiezing heeft plaatsgevonden.